Zo koning, zo dienaar

Jezus verpakte zijn boodschap aan de mensen in verhalen. Korte verhalen, gegrepen uit het dagelijkse leven die een les bevatten voor Jezus’ toehoorders. Ze worden gewoonlijk “gelijkenissen” of “parabels” genoemd. Het zijn verhalen om over na te denken. Zeggen ze wat ik denk dat ze zeggen? Of laat ik me op het verkeerde been zetten? Dit is zo’n verhaal uit Matteüs 18:23-35.

De aanleiding van deze vertelling

Dit verhaal komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het is een antwoord op de vraag van Petrus hoe vaak hij iemand die hem onrecht aandoet, vergeving moet schenken. Het lijkt Petrus wel voldoende als je dat 7 keer doet – voor Joden een heilig, volmaakt getal – maar Jezus zegt hem, dat je dat wel 70 maal 7 keer doen moet en illustreert dat met een verzonnen verhaal over het Koninkrijk van God. En zoals het bij verhalen gaat – soms worden er dingen enorm overdreven ter wille van het dramatische effect.

Het verhaal

Het begint zo:  “Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die afrekening wilde houden met zijn dienaren.”

Een van die dienaren staat bij de koning in de schuld voor tienduizend talenten. Een enorm bedrag als je bedenkt dat een talent ongeveer 14 maal het jaarloon van een arbeider was. Omgerekend naar vandaag, met een inkomen van zeg €30.000, zou dat een bedrag van 10.000 x 14 x 30.000 = € 4,2 miljard zijn. Hij smeekt om geduld, want hij zal alles terugbetalen – echt waar. Maar de koning, die wel begrijpt dat hij die schuld nooit kan aflossen, besluit de man, zijn vrouw en kinderen en al zijn bezit niet te verkopen, maar scheldt alles kwijt. Toen de man naar buiten ging, kwam hij iemand tegen die hem een bedrag schuldig was, ongeveer 100 denarie, het loon voor 3 maanden werken. Hij greep die man bij de keel en eiste dat hij hem ‘t geld onmiddellijk zou geven en, doof voor de smeekbede om geduld, laat hij de man in de gevangenis werpen. Dat wekt, begrijpelijk, de woede van de koning op, die de beste man eveneens in de gevangenis laat verdwijnen.

Toepassing van de gelijkenis

Bij het toepassen van gelijkenissen moeten we altijd bedenken, dat het een verhaal is om iets duidelijk te maken. De neiging kan bestaan om elk onderdeel van het verhaal leerstellig te duiden, maar het is goed daar voorzichtig mee om te gaan. Je kunt naar aanleiding van een dramatisch verhaal makkelijk dingen beweren, waarover elders in de Bijbel heel andere dingen gezegd worden.

In dit verhaal zou je kunnen lezen, dat als je Gods vergeving hebt ontvangen, je alsnog door God veroordeeld kunt worden. Maar de Bijbel is er duidelijk over, dat Gods genadegaven “onberouwelijk” zijn – God komt daar niet op terug. We ontvangen geen vergeving naar de mate van onze vergevingsgezindheid, maar naar de maat van Gods liefde en ontferming (Efeziërs 2:4). De grootte van de ons geschonken vergeving blijkt daaruit, dat wij geen veroordeling meer te wachten hebben (Romeinen 8:11). Daarom staat er ook, dat ons de Heilige Geest gegeven wordt – op het moment dat we tot geloof komen (Efeziërs 1:13) – om tot in eeuwigheid bij ons te zijn (Johannes 14:6).
We zullen ons daarom beperken in de toepassing, waarbij de vraag waarop het verhaal antwoord geeft, leidend is.

Zo gaat het  in Gods Koninkrijk

Het verhaal dat Jezus vertelt, laat ons iets zien van de leidende principes in Gods Koninkrijk. God is rijk aan vergeving, bij het absurde af. ’t Is al niet echt te begrijpen hoe iemand een schuld van ettelijke miljarden kan opbouwen, maar dat er iemand is, die alleen uit medelijden zegt: “Ik scheld die schuld kwijt”, gaat ons voorstellingsvermogen helemaal te boven. Maar dat is het “normaal” van Gods Koninkrijk. En het is abnormaal als de burgers van het Koninkrijk er een andere moraal op na houden. Dat past niet bij elkaar.

Met dit verhaal legt Jezus uit, wat Hij bedoelt met: “elkaar 70 maal 7 maal te vergeven”. Wil Hij echt dat Petrus gaat tellen, hoe vaak hij iemand vergeeft? Dat wordt dan een hele boekhouding om dat bij te houden van alle mensen die hem wel eens zullen kwetsen! Nee, Jezus wil hem ontmoedigen om dat bij te houden. Hij mag rustig de tel kwijt raken. Dat is de aard van vergeving: je wrok en boosheid wegdoen, het onrecht in de diepte van de zee gooien en er nooit meer op terug komen (Micha 7:19).

Absurd einde

Het einde van het verhaal is eigenlijk absurd: de koning handelt totaal anders dan van hem verwacht kan worden. En helemaal als je bedenkt, dat met die koning God bedoeld wordt, die niet zo wispelturig is als wij mensen. Die betrouwbaar is, die zijn woord gestand doet. Wat zou Jezus daarmee aan Petrus willen zeggen? De vraag van Petrus was: Hoe vaak MOET ik vergeven? Als je denkt dat je MOET vergeven om Gods zegen te verkrijgen, verwacht je dat de Heer tegen zijn natuur in genadeloos zal handelen.

Maar de Koning had de man met die grote schuld niet op weg gestuurd met een opdracht om te vergeven. Had die man alleen maar gedacht aan de woorden van vergeving die over hem waren uitgesproken, hij had anders gehandeld. Uit blijdschap misschien, of uit de behoefte het voorbeeld van zijn koning te volgen.

Leren van Jezus

Deze gelijkenis laat zien, dat wij, die Jezus kennen als Heiland en Heer, leren Hem na te volgen, leren om elkaar te vergeven op gelijke wijze als Hij ons vergeven heeft (Efeziërs 4:32 ; Kolossenzen 3:13). Hoe leren we dat? Niet door “elkaar vergeven” te zien als een opdracht. Als we denken aan Hem, die enkel en alleen uit liefde en mededogen ons volmaakte vergeving en vrijspraak schonk, als in ons hart zijn woorden van liefde en vergeving blijven naklinken, als die woorden rijkelijk in ons wonen, zal het navolgen geen dwang of moeite kosten, maar haast vanzelfsprekend zijn. Gebrek aan vergevingsgezindheid is zo strijdig met Gods karakter, dat een kind van God daar alleen maar verdriet over heeft en naar verandering verlangt.

Wat zou het mooi zijn als we gaan ontdekken, dat een genadige, niet-veroordelende houding t.o.v. onze medemensen veel goeds teweeg kan brengen. Moge de Heer ons dat verlangen geven en door zijn Geest bewerken, dat we, stapje voor stapje, meer op de hemelse Vader gaan lijken (2 Korintiërs 3:18).

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.