Wees welkom!

Gastvrijheid in de Bijbel

De meesten van ons vinden zichzelf best gastvrij: de deur staat vanzelfsprekend open voor de gasten die we hebben uitgenodigd. In de oudheid was dit wel anders, daar was gastvrijheid veelal een plicht.

Gastvrijheid als plicht

Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament zijn voorbeelden van gastvrijheid te vinden die voor de bijbellezer van nu onbekend zijn. Wij ontvangen nu meestal gasten die we bewust hebben uitgenodigd, maar in de oudheid konden reizigers in alle omstandigheden een beroep doen op de gastvrijheid van anderen. Daar hadden ze recht op! Niemand mocht een gast in zijn of haar huis weigeren. Dat gold niet alleen in het oude Israël, maar ook in Egypte, Klein Azië en in Griekenland.

De rechten van een gast

Iemand gastvrij ontvangen houdt in de Bijbel verschillende dingen in. De gast krijgt de gelegenheid zich te wassen, in elk geval de voeten. De wegen zijn stoffig, en met open schoeisel worden voeten erg vies. De lichamelijke verzorging van je gast kon ook meer inhouden. Het was gewoon dat de gastheer of de gastvrouw geparfumeerde olie aanbood om een te droge huid in te smeren of om vervelende geurtjes te maskeren. De gast kreeg standaard een maaltijd en indien gewenst onderdak voor één of meer dagen. Zo was de gast verzekerd van levensonderhoud, veiligheid en gezelschap. Sommige huiseigenaren lieten een speciaal gastenverblijf bouwen voor mensen die regelmatig langskwamen (2 Koningen 4:10).

Het voorbeeld van Abraham

Abraham is in de Joodse traditie het grote voorbeeld van hoe men zich als een warme, gastvrije gastheer moet opstellen. In Genesis 18 wordt een verhaal verteld over Abraham, in de tijd dat hij bij de eiken van Mamre bij Hebron in de woestijn verblijft. Abraham ontvangt daar drie vreemdelingen. Hij haalt meteen water voor hen, geeft ze een plaats in de schaduw van de boom en zet hen een vorstelijk maal voor. Terwijl zijn gasten de maaltijd gebruiken, blijft Abraham bij het gezelschap staan. Zo kan hij als gastheer direct reageren, als zijn gasten iets wensen of nodig hebben.

Wat Abraham in dit verhaal doet is beslist niet overdreven. Zo hoort een gastheer zich in bijbelse tijd te gedragen. Deze vorm van gastvrijheid wordt niet gevoeld als een belasting. Integendeel, Abraham vindt het juist een hele eer dat de drie mannen zijn gasten willen zijn en dat hij ze mag ontvangen.

Gastvrijheid in het Nieuwe Testament

Ook in het Nieuwe Testament zijn er verschillende uitspraken te vinden over het bieden van gastvrijheid. Een van de bekendste teksten over gastvrijheid is Matteüs 25:34-35: de woorden van Jezus in zijn toespraak over het laatste oordeel. Hij zegt daar: ‘Want toen ik honger had, gaven jullie mij te eten. Toen ik dorst had, gaven jullie mij te drinken. Toen ik een vreemdeling was, namen jullie mij in huis. Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren.’ Een andere bekende tekst in het Nieuwe Testament over gastvrijheid is Romeinen 12:13. Hier geeft Paulus de volgende opdracht aan de christenen in Rome: ‘Steun de christenen die hulp nodig hebben. En ontvang ze hartelijk in je huis’. Volgens 1 Timoteüs 3:2 is het gastvrij zijn één van de kwaliteiten die gewaardeerd worden in een leider van de christelijke gemeente. Op zijn levensstijl moet niets aan te merken zijn. Gastvrij zijn hoort daarbij.

Doorkijkje in het verleden

De Bijbel geeft soms een verrassend doorkijkje in het dagelijks leven van mensen in een heel andere tijd en cultuur. Het sociale leven van toen lijkt weinig op de moderne samenleving van nu. Als het gaat om gastvrijheid spreekt de Bijbel klare taal: een fatsoenlijk mens dient zorg te dragen voor de ander, al komt het nog zo ongelegen. In welke tijd je ook leeft, die zorg voor elkaar hoort er eigenlijk gewoon bij.

Auteur Jaap van Dorp, NBG