Verboden vruchten

Je kunt er deze week niet omheen: het thema van de Boekenweek is ‘Verboden vruchten’. Het lijkt haast een vrijbrief om ongegeneerd over overspel en verleiding te spreken. Regelmatig wordt daarbij ook verwezen naar de Bijbel. Maar wat zegt de Bijbel eigenlijk over verboden vruchten? Niet alleen in het verhaal van Eva en de slang in het paradijs komt een verboden vrucht voor, maar ook het boek Spreuken spreekt over iets dat je een verboden vrucht zou kunnen noemen: het beeld van de verleidelijke vrouw.

‘Een slechte vrouw verleidt mannen met haar woorden.’ Zo klinkt Spreuken 5:3 in de Bijbel in Gewone Taal. Die vrouw komt vaak voor in Spreuken. Ze is lichtzinnig, heeft gladde praatjes en ze is wreed. Bij zo’n verleidelijke vrouw moet je vandaan blijven. Voor ons klinkt dit nu als een wel erg negatief stereotype. Een verleidelijke man zul je in Spreuken niet tegenkomen. Sterker nog, vrouwen worden niet eens aangesproken. Wat moet je nu nog met zo’n tekst? Waarom moet een vrouw staan voor alles wat verleidelijk en slecht is?

De wijsheid in het boek Spreuken komt niet zomaar ergens vandaan. Koning Salomo, aan wie het boek toegeschreven wordt, is een man met gezag en uitzonderlijke wijsheid. Hij geeft zijn kennis en wijsheid door aan een andere man: zijn zoon (Spreuken 1:8; 10:1). Daarmee ligt het perspectief van het boek dan ook vast: door een man en voor een man geschreven. De nadruk op kennisoverdracht van man tot man komt voort uit een cultuur waarin de man leiding gaf aan de familie. De man bepaalde de waarden en identiteit van de familie. De vrouw verdwijnt niet helemaal: ook de moeder onderwijst (Spreuken 1:8; 6:20). Maar feit blijft dat Salomo hier alleen zijn zoon aanspreekt. En de negatieve stereotypes over de vrouw vliegen je om de oren.

Inmiddels zijn we gewend op een meer gelijkwaardige manier naar mannen en vrouwen te kijken. Betekent dit dat we de bijbelse spreuken dan maar links moeten laten liggen? Nee, we kunnen onze blik verbreden door op de volgende twee manieren naar de tekst te kijken.

Als eerste is het goed om te beseffen dat de bijbelse spreuken altijd een onderliggende boodschap bevatten. Voor spreuken geldt altijd: het zijn voorbeelden. Ze gelden niet alleen voor de specifieke situatie die ze beschrijven, maar ze willen méér zeggen. In dit geval is dat: pas op dat je niet afdwaalt van het volk Israël en van het verbond met God. Dat geldt voor iedereen, niet alleen voor mannen.

De verleidelijke vrouw wordt omschreven als een ‘lichtzinnige’ en ‘afgedwaalde’ vrouw (Spreuken 2:16-17; 5:20; 6:24; 7:5). Ze staat niet alleen buiten de gemeenschap van de wijzen, maar bedreigt zelfs het bestaan van die gemeenschap. Ze heeft haar vroegere echtgenoot en zijn onderwijs verlaten en daarmee ook hun God. Ontrouw aan een mens staat voor ontrouw aan God (Spreuken 2:17). De lessen die je daar uithaalt, gaan dieper dan het onderscheid tussen man en vrouw.

Daarnaast mag er dan wel geen verleidende man voorkomen in Spreuken, maar kijk eens naar de tegenhanger van de verleidende vrouw: Wijsheid (Spreuken 8 en 9:1-12). Wijsheid wordt hier voorgesteld als een persoon, een vrouw. Ze staat direct tegenover vrouwe Dwaasheid (Spreuken 9:13-18). Er mogen dan wel vele negatieve stereotyperingen kleven aan de verleidelijke vrouw, Spreuken laat ook zien dat het ánders kan. Stereotypes worden bevestigd én verbroken in dezelfde tekst.

Dat wordt nog duidelijker in de laatste verzen van Spreuken (31:10-31). Daar wordt de ‘sterke vrouw’ bezongen. Niet alleen regelt ze het werk in huis, ook is ze vol daadkracht en helpt ze behoeftigen (vers 15, 17 en 20). Maar één ding torent boven alles uit. Ze bezit net als de man die allerbelangrijkste eigenschap: wijsheid (vers 26). Want dát leert Spreuken ons: een goed mens, man of vrouw, verleidt niet tot ontrouw, maar tot wijsheid.

Deze blog is geschreven door Marijn Zwart, bijbelwetenschapper bij het Nederlands Bijbelgenootschap. Lees dit blog (en de Bijbel!) ook op debijbel.nl