Van Adam tot Jezus

We lezen veel in de Bijbel. Natuurlijk in de kerk, maar ik hoop, dat je voor jezelf ook regelmatig de Bijbel leest. We staan stil bij prachtige verhalen die tot de verbeelding spreken en waar we wat wijze lessen uit proberen te trekken. Maar we zijn ook wel een beetje selectief. Hele stukken uit de Bijbel slaan we over – omdat we ze saai of onbegrijpelijk vinden. Daardoor kan ons makkelijk ontgaan dat al die verhalen een samenhangend geheel vormen.

Ik wil daarom proberen in een paar artikelen wat grote lijnen uit de Bijbel te laten zien. Een soort “heilshistorische” benadering van de Bijbel. Zeg maar: de stappen die God zet om de aarde, die in aanvang “woest en ledig” vol te maken van Zijn heerlijkheid, te laten delen in Zijn heil.

Laat ik maar beginnen met iets dat je zou kunnen aanduiden als “een herhaling van zetten”. Oppervlakkig bekeken lijkt het wel alsof God steeds opnieuw begint en iets anders “probeert”. Steeds begint het met één enkel persoon.

Adam

Het begint in Genesis, met de schepping van hemel en aarde, die klaar gemaakt werden als een thuis voor de mens. Wat is God blij als Hij het resultaat van zijn werk ziet: de mens op de voor hem toebereide aarde. Het is “heel goed” (Genesis 1:31).

Adam, en even later ook Eva, begint aan een ontdekkingstocht met een minimum aan informatie – eet niet van die ene boom. Maar met een begeleider van formaat: God die met hem wil wandelen (Genesis 3:8). Ze kennen geen kwaad en leven enige tijd in volmaakte onschuld.

Maar dat verandert al gauw – ze leren het kwaad kennen. Daarom komt er een opdracht bij: Heers over de zonde door goed te handelen, zodat je iedereen recht in de ogen kunt kijken (Genesis 4:6 NBV). Zal de mens daartoe in staat zijn?

Noach

Vele generaties later bleek de aarde echter “vol geweldenarij en boosheid” te zijn. God vindt maar één persoon die daarin niet meeging en “rechtvaardig” was: Noach. Met die ene man gaat God verder. Natuurlijk blijft de opdracht om goed te doen en zo over de zonde te heersen bestaan, maar er komt wat bij. Je zou kunnen zeggen dat er een rechterlijke macht, een regering ingesteld wordt die erop toeziet dat er recht gedaan wordt en de bedrijvers van kwaad gestraft worden (Genesis 9:6). Zal dat het gewenste resultaat opleveren?

Abram

De (menselijke) regering op aarde komt in handen van machthebbers als Nimrod, de eerste (of: belangrijkste) van hen, in Babel (Genesis 9:8-10). Al gauw blijkt, dat die niet altijd het goede najagen, maar ook of vooral gesteld zijn op eigen eer en grootheid (Genesis 11:4).

Dat is het moment dat God een nieuwe stap zet en kiest één man, Abram, die God later aanduidt als “mijn vriend” (Jesaja 41:8). Abram, die later Abraham genoemd wordt, wordt rijkelijk overladen met beloften. Hij krijgt geen opdrachten mee, alleen beloften. Hij gelooft God op Zijn woord. Met vallen en opstaan wandelt hij als een pelgrim met God en houdt hij zijn ogen gericht op de belofte – de stad waarvan God de ontwerper is (Hebreeën 11:8-10). Het hemels Jeruzalem? Zijn nakomelingen zijn erfgenamen van die belofte.

Mozes

Abrahams erfgenamen worden tot slaven gemaakt in Egypte, maar God vergeet zijn belofte niet. Hij verlost zijn volk, zoals Hij ze noemt, uit de slavernij door Mozes, een man met wie God als een vriend omgaat (Exodus 33:11). Als hen na de uittocht uit Egypte gevraagd wordt of ze op dezelfde manier als Abraham met God willen omgaan (Exodus 19:4-6), blijkt het geloof in de onzienlijke God en zijn belofte hen te moeilijk te zijn. Ze hebben behoefte aan iets meer concreets en willen graag een extra clausule opnemen in het verbond dat God met Abraham had gesloten: God moet ze precies vertellen wat ze moeten doen (Exodus 19:8). Dat resulteert in een nieuw verbond, de wet, die God hen geeft door bemiddeling van Mozes. Priesters en Levieten zullen het volk leiding geven en onderwijzen in de wet (Maleachi 2:6-7). Zal dit hen in staat stellen het goede te doen en het kwade te laten?

David

In de loop der jaren blijkt die wet niet in staat om hen te maken tot andere mensen, die altijd het goede nastreven. Zijzelf denken een aanvoerder, een leider, nee, een koning nodig te hebben, zoals andere volken die ook hebben (1 Samuël 8:5). God geeft hun wat ze vragen: een koning om tegen op te zien, koning Saul. Hij beschermt hen tegen hun vijanden, maar vergeet hen te leren op God te vertrouwen. Maar na zijn dood komt er toch een nieuw begin met zijn opvolger: David, een man naar Gods hart. Maar helaas kan dat niet van al zijn opvolgers gezegd worden. Tot de laatst bekende nakomeling van de man naar Gods hart.

Jezus

We zijn inmiddels in het Nieuwe Testament aangeland, waarin we al op de eerste pagina voorgesteld worden aan de erfgenaam van de beloften aan Abraham en David:  Jezus van Nazaret. Met Hem wordt een volgende stap in de heilsgeschiedenis gezet. Een heel bijzondere. Bij alle voorgaande stappen werden de mensen uitgedaagd om met nieuwe hulpmiddelen de strijd aan te gaan om rechtvaardig te handelen, anderen lief te hebben als zichzelf en iedereen goed te behandelen. Maar Jezus biedt aan om mensen van binnen te veranderen, opnieuw geboren te laten worden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.