Mijn gebed om regen veranderde …

Als er geen wolkje te bekennen is, heeft het dan wel zin om te bidden om regen? En vrágen we niet erg veel van God in onze gebeden? Nu we een kurkdroge zomer meemaken – de derde binnen vijf jaar – irriteert mijn eigen manier van bidden me. Ik begin te ontdekken dat het anders kan. Onwennig is dat wel.

Droogte en misoogst waren in Bijbelse tijden een bekend verschijnsel. Het leidde tot hongersnood en de Israëlieten waren gewaarschuwd: als ze God zouden gehoorzamen, zou er ruimschoots regen vallen (Deuteronomium 28:11-12), maar zo niet, dan zou er verschroeiende hitte zijn en misoogst en andere rampen (vers 22-24 en 38-40).

In de afgelopen weken – droog, op een enkele bui na – legde ik aan God de dorst voor van mens en dier, boom, plant en land. Ja, ik bad om regen, ook als het KNMI een stabiel hogedrukgebied voorzag. Ik wist dat die regenbui niet meteen zou komen – hoe hard ik er ook om zou bidden. Ongemakkelijk, vind ik: ergens om bidden en je weet al dat het eenvoudigweg niet kán gebeuren. Tenzij er een wonder gebeurt. Wonderen zijn mogelijk, geloof ik, maar ik réken er niet op. Toch blijf ik bidden voor dingen die ‘onmogelijk’ zijn. Jezus doet immers de oproep: ‘Vraag en je zal gegeven worden’ (Matteüs 7:7). Soms gebeurt iets wat onmogelijk leek, toch. Zoals de val van het IJzeren Gordijn in 1989.

Irritant

En dan nog iets. Als ik bid of anderen hoor bidden, valt het me op hoeveel we wel niet vrágen aan God. Wilt u dit, wilt u dat. Irritant vaak, soms in bijna elke zin. Natuurlijk mag een mens vragen, en zijn nood klagen. Maar… waar zijn wij zelf? Wij rekenen op God, maar kan Hij ook op óns rekenen?

Nu ik dit doorheb, probeer ik er iets aan te doen. Ik probeer me beschikbaar te stellen voor Hem, in plaats van andersom. Dat is een hele uitdaging. Want: wáárvoor stel ik me dan beschikbaar? Voor alles wat op mijn pad komt? Of alleen voor wat bij mij past? Maar dan kan ik via deze U-bocht toch weer uitkomen bij mijn eigen agenda en mijn comfortzone. Gelukkig ben ik niet de enige die hiermee worstelt. ‘Laat uw wil gedaan worden‘, leerde Jezus ons bidden. Geen gemakkelijke woorden, ook al zijn ze nog zo bekend.

Eigen schuld

Terug naar mijn gebed om regen. Want daar kleeft nog een probleem aan. Natuurlijk, periodes van droogte zijn niets nieuws onder de zon, maar er lijkt nu toch iets meer aan de hand te zijn. De gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt is tussen 1952 en 2017 met 1,7°C gestegen en wereldwijd met grofweg 1°C, zegt het CBS. De drie decennia tussen 1980 en 2010 werden steeds warmer en waren alle drie warmer dan alle voorgaande gemeten decennia. Met als gevolg daarvan droogte, bosbranden en overstromingen.
Mag je bidden of God regen wil geven, als de droogte niet losstaat van ons gedrag? Als wij die droogte zelf veroorzaken, levend in een rijk land, verslaafd aan (fossiele) energie.

Daniëls gebed

Veelzeggend in dit verband is een gebed van Daniël. Volgens het boek dat naar hem genoemd is zaten hij en zijn volk op dat moment al tientallen jaren in Babel, verbannen uit hun eigen land. In hoofdstuk 9:4-19 klaagt hij over zijn nood aan God.

Eerst belijdt Daniël uitgebreid schuld over de misstanden uit de afgelopen eeuwen waar hij niet eens zelf schuldig aan was! Wij – zegt Daniël, hij sluit zichzelf erbij in – zijn afgeweken van Gods geboden en regels (vers 5), we hebben niet geluisterd naar de profeten (vers 6), en dus is ons de ellende overkomen die Mozes had voorspeld (vers 11 en 13, zie Deuteronomium 28).

Pas nadat Daniël dat gedaan heeft, doet hij een beroep op Gods mededogen en bidt hij om terugkeer uit de ballingschap (vers 19): ‘Heer, luister naar ons! Heer, vergeef ons! Heer, sla acht op ons gebed! Wacht niet langer en grijp in, mijn God, ook omwille van uzelf, want uw naam is verbonden aan uw stad en aan uw volk.’

Dat was dus Daniëls manier: eerst schuld erkennen voor wangedrag, dan pleiten op Gods ontferming en daarna het concrete verzoek doen. Het lijkt me een leerzame volgorde voor ons gebed om regen.

En, vertelt het verhaal: God luisterde naar Daniël. Die kreeg zelfs te horen dat hij zeer geliefd was (vers 23). Zou het dan misschien toch kunnen gebeuren dat …?

Auteur: Peter Siebe – Historicus en persvoorlichter bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Bron: Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.