Kerst: feest van kwetsbaarheid

Kerst is een feest dat bij veel mensen een positief gevoel oproept. Een boodschap van vrede, samenzijn en fijne dagen. Toch zit er ook een andere kant aan kerst. De kant die je vertelt dat er iets niet goed is. Dat er iets grondig mis is.

Er is iets mis

Je komt het op het spoor in Lucas 2. ‘Maria wikkelde het kind in een doek, en legde hem in een voerbak voor de dieren’ (Lucas 2:7). Een baby in een voerbak? Beter iets dan niets, denk je misschien. Maar het is niet normaal. Het is geen plek voor een baby. Nu niet en toen niet. Het laat zien dat er iets mis is: deuren bleven gesloten voor dit eenvoudige reisgezelschap. Een slaapplaats vonden ze niet. Dan maar die voerbak.

Wij hebben het een beetje gemaskeerd, met het woord ‘kribbe’. Ja, vijfhonderd jaar geleden klonk dat goed, toen kribbe nog precies betekende wat het hier zou moeten betekenen: voerbak. Maar het woord heeft door de tijd heen een andere betekenis gekregen, een romantische kerstbetekenis. De kribbe is de plek waar het kind hoort te liggen, volgens het verhaal. Kijk maar naar de plaatjes, luister naar de liedjes. Het kind hoort in de kribbe. Niet dus. Een baby hoort niet in een voerbak. Wat hier gebeurt is niet normaal.

Je ziet dat ook aan een ander woord in het verhaal. Jullie redder is geboren, zegt de engel tegen de herders. Een prachtige boodschap, iets om te vieren. Maar ook om je te realiseren dat er iets grondig mis is. Waarom is er anders een redder nodig? Dat is kerst: je realiseren dat er iets mis is.

Niet met kracht of geweld

Het verhaal van Lucas geeft geen antwoord op de vraag, wat er dan precies mis is. Maar het laat ons wel zien, dat het goede, het reddende, kwetsbaar is. Het licht breekt door in het duister, maar niet met machtsvertoon. Het is kwetsbaar en breekbaar. Dat is de manier waarop God bij de mensen komt. We horen van een leger van engelen. Maar ze komen geen wraak nemen op iedereen in Betlehem die de reizigers de deur heeft gewezen. Nee, ze zingen een loflied, buiten de stad. En het zijn Maria en Jozef die hun baby’tje de nacht doorhelpen. Zo komt God bij de mensen: breekbaar en kwetsbaar.

En zo is het met alles wat dit kind bij ons oproept. We zien glimpen van Gods nieuwe wereld: van vrede, rechtvaardigheid, liefde. Maar het is allemaal zo precair en kwetsbaar. Wij kunnen niet met groot vertoon de wereldvrede binnenhalen. Soms lijken er goede stappen gezet te worden, maar vaak lijken onze pogingen het juist te compliceren. Als we onszelf wel konden redden zouden we geen kerst hoeven te vieren.

Jezus navolgen

Dat betekent niet dat we niets hoeven te doen. Kerst doet een appèl op ons. We kunnen wel degelijk iets doen. Ontheemden een plek geven. Een deur openen voor wie dringend een slaapplaats nodig heeft. Een thuis bieden voor wie huis en aard in de steek moesten laten.

Jezus kwam om in al zijn kwetsbaarheid vrede te maken en de mensen te redden van de zonde. Als wij met geweld en onderdrukking de vrede willen beschermen, hebben we bij voorbaat verloren. Dan brengen we eigenhandig een kostbaar goed om zeep. Kerst daagt ons uit om Jezus na te volgen: barmhartigheid bewijzen, vrede stichten, genade betonen, liefde verkiezen boven geweld.

Er zijn veel overeenkomsten tussen hoe het toen ging en wat we vandaag meemaken. Wat groot is wordt aanbeden, wat klein is wordt verdrukt en vertrapt. Grootspraak trekt de aandacht, bluf geldt als kracht. Maar kerst is hét moment om al die dingen niet normaal te vinden. Kerst eert het kleine, het kwetsbare. Het kwetsbare in deze wereld en in onszelf. Dat verdient het om op een voetstuk te staan.

Auteur: Matthijs de Jong

Bron en afbeelding: NBG