Kaarsen, oliebollen en cadeautjes

De maand december staat bekend als feestmaand. Met de bijbehorende decemberstress! Het Joodse volk viert een ander feest, Chanoeka. Als je er oppervlakkig naar kijkt, lijkt het wel een mix van de feesten die in ons land traditioneel gevierd worden: Sinterklaas, Kerst, de jaarwisseling.

Chanoeka

Dit feest, dat niet in de Bijbel. maar in de deuterocanonieke boeken voorkomt, gedenkt een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van Israël: de reiniging en inwijding van de tempel en het herstel van de eredienst in het jaar 164 voor Christus.

Feest van de inwijding

In het jaar 164 voor Christus behaalden Joodse opstandelingen onder leiding van de Makkabeeën de overwinning over Antiochus IV Epiphanes. Hij was een koning uit het huis der Seluiciden, die regeerden over wat wij nu Irak, Syrië, Libanon en Israël noemen. Hij haalde zich de woede van de Joden on de hals door in de tempel van Jeruzalem een altaar van Baäl Hasjamaïm (Zeus) op te richten en daar een varken te offeren.

Na die overwinning wilden de Joden de tempel opnieuw aan God wijden. Een van de voorschriften was, dat er dag en nacht een kandelaar moest branden in het heiligdom. Daarvoor mocht alleen speciaal bereide en gewijde olie gebruikt worden.

Men vond echter maar een heel klein beetje van deze olie, genoeg om de kandelaar één dag te laten branden. De bereiding van nieuwe olie nam echter enige tijd in beslag. En gedurende deze tijd beleefden ze het wonder. Dat de olie niet opraakte.  Elke dag was er genoeg.

Achtarmige kandelaar

De priesters hadden acht dagen nodig om de heilige olie te bereiden. Daarom is het kenmerk van dit feest. de chanoukia, een achtarmige kandelaar, met daarbij nog, een beetje terzijde, een negende kaarsje als “dienaar”. ledere dag wordt eerst de “dienaar”’ aangestoken, waarmee vervolgens een ander kaarsje wordt aangestoken. Elke dag van her feest komt daar een kaarsje bij.

De belangrijkste gebruiken zijn:

  • het aansteken van kaarsjes in de chanoukia met gesproken zegeningen en zang,
  • het eten van soefganiot en latkes (in olie gebakken bollen en aardappelkoekjes). De olie verwijst naar de olie die niet opraakte.
  • het uitdelen van Chanouka-geld (chocoladegeld voor de kinderen) of gewoon cadeautjes
  • het spelen met de dreidel of sevivon (een vierkantig tolletje met Hebreeuwae letters).

Het feest begint na zonsondergang op de 24e dag van de Joodse maand Kislev. Dit jaar (2018) was dat van zondagavond 2 december tot maandagavond 10 december. Het is daarom ook wel te beschouwen als pendant van de lichtfeesten die wij kennen: Kerstfeest en het midwinterfeest dat in sommige streken gevierd wordt, of Santa Lucia in de Scandinavische landen.