We hebben heiligen nodig

In oktober hoopt paus Franciscus net als vorig jaar een aantal mensen heilig te verklaren. Protestanten en evangelischen houden niet zo van ‘heiligverklaringen’ – of kunnen ze hierin toch iets leren van de Katholieken?

Bij ‘martelaar’ denken we tegenwoordig vooral aan iemand die zichzelf en anderen met een bom opblaast. Vanouds echter is een martelaar (van het Griekse martys) iemand die tot in de dood vasthield aan het geloof, een geloofsgetuige. Zij werden heilig verklaard. Met de term heilige worden mannen of vrouwen bedoeld in wie Gods genade zich op bijzondere wijze manifesteerde.

De kerk en heiligen

In de Rooms Katholieke traditie kan iemand als martelaar voor of verdediger van het geloof zalig worden verklaard, mits aantoonbaar is, dat er een wonder aan deze persoon toegeschreven kan worden. Het kan de eerste stap zijn naar een heiligverklaring. Daarvoor moet er na zijn overlijden nog minstens een wonder hebben plaatsgevonden op zijn voorspraak. Het verschil tussen een heilige en een zalige is, dat een zaligverklaarde betekenis heeft voor een bepaald bisdom, terwijl de heilige betekenis heeft voor de gehele kerk.

De heiligverklaring houdt niet in, dat de Kerk de overledene toegang geeft tot de hemel. Ze erkent dat de betreffende persoon, die in zijn leven op bijzondere wijze getuigenis heeft gegeven van het geloof, in de hemel is opgenomen. De heilige wordt geacht bij God de Vader voor ons te bidden en de gelovige zou zijn voorspraak bij God kunnen vragen.

In deze betekenis erkennen de protestantse kerken geen heiligen. Het bidden tot iemand anders dan God zelf wordt gezien als afgoderij en officieel heeft men het ook niet zo op verering van mensen.

Dode heiligen

Toch is de gedachte dat de kerk heiligen nodig heeft niet zo vreemd. Immers – de heiligen zijn in eerste plaats mensen die door een standvastig geloof en het betonen van Gods genade en liefde in de wereld een voorbeeld voor anderen zijn. Over zulke mensen wordt in de Hebreeënbrief gezegd: Denk aan uw leiders (voorgangers), die het woord van God aan u hebben verkondigd, neem een voorbeeld aan hun geloof en kijk vooral goed hoe hun levenswandel eindigt (Hebreeën 13:7). Tijdens hun leven hebben ze de kerk gediend en na hun dood spreken zij nog tot de kerk. Die dienst bewijzen zij blijvend aan de gelovigen. Zulke mensen moet je ‘eren’, in dankbare herinnering houden. Ze stimuleren ons om in het geloof te volharden en om Jezus’ liefde zichtbaar te maken. Denk aan mensen als Dietrich Bonhoeffer, Moeder Theresa of Corrie ten Boom. Ze zijn blijvende voorbeelden voor ons.

Levende heiligen

Maar als je teksten leest als Hebreeën 6:10 of Hebreeën 13:24, waarin over de heiligen gesproken wordt, valt het op, dat het daarin niet gaat over bijzondere mensen of over voorgangers (alleen). De term heiligen is daar, net als in andere delen van de Bijbel, van toepassing op de gewone kerkleden. Hun voorgangers en de anderen die hen dienden, zagen hen als heiligen: apart gezet door God, voor Jezus. En omdat Jezus, Gods Zoon, hun verlosser zo belangrijk voor hen was, wilden zij graag hen dienen, die bij Jezus horen. En dan wordt de cirkel rond, want hun voorbeeld stimuleert anderen hen na te volgen en daarmee tegelijk navolgers te worden van Jezus.

Hoe zou de kerk eruit zien, als we niet alleen aan de overleden heiligen dachten, maar ook durfden om elkaar te zien als heiligen, die het dienen waard zijn? Wat heeft de kerk, zowel de Rooms Katholieke als de protestantse of evangelische variant, behoefte aan levende heiligen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.