Goede Vrijdag

Als ik het verhaal van Goede Vrijdag in de Bijbel lees, bijvoorbeeld in Johannes 19, sta ik midden in de menigte die uitgetrokken is om het schouwspel van de berechting van enkele misdadigers en Jezus gade te slaan. Ik kijk om me heen om niets te missen van alles wat er te zien is.

Kijk, daar. Kennelijk een groep hoogwaardigheidsbekleders. Aan hun kleding te zien zijn het priesters. Ze maken ruzie met de Romeinen. O, het gaat over de tekst die Pilatus bij het kruis van Jezus heeft aangebracht: Jezus van Nazareth, koning der Joden. Wat zou hij daarmee willen zeggen? Is het een pesterijtje van hem? Of zou hij werkelijk tot de overtuiging gekomen zijn, dat Jezus dat echt was?

Veel anderen lijken het wel een prettige afsluiting van de werkweek te vinden. Ze kijken naar Jezus, stoten elkaar aan en praten over hem: Hij was toch Gods Zoon? Laat ‘m dan nog eens een van z’n kunstjes doen? Hee, Jezus, kom eens van dat kruis af! Ze oogsten veel bijval. Ze lijken iet te beseffen wat het  is om aan een kruis gespijkerd te zijn. Voor hen is het een soort kermisattractie.

O, kijk, daar dicht bij het kruis staat Maria, de moeder van Jezus. Johannes, een volgeling, zelfs een vertrouweling van Jezus, is er ook bij. Jezus spreekt hen aan. Het lijkt erop, dat Hij Johannes de taak opdraagt om zijn moeder te troosten en om voor haar te zorgen. Merkwaardig dat Jezus in deze omstandigheden niet alleen bezig is met zijn eigen pijn, maar ook nog oog voor anderen heeft. Zelfs voor de spotters en beulen: Hij vraagt God hen hun daden van deze dag te vergeven.

Waar zouden eigenlijk de andere volgelingen van Jezus zijn? ‘t Is wat lastig te zien, wat het begin opeens donker te worden – een zonsverduistering. Ik denk dat ze daar verderop staan. Van grote afstand staan ze te kijken wat er met hun held gebeurt. Staan ze nu klaar om weg te rennen als het onvermijdelijke gebeurt? Of verwachten ze dat God zal ingrijpen en staan ze klaar om naar Hem toe te rennen als Hij van het kruis komt en dan ongetwijfeld zijn tegenstanders zal verslaan?

Maar – ik mis iets. Of eigenlijk: iemand. Petrus. Waar is hij toch? Altijd stond hij vooraan: toen Jezus vroeg: wie zeggen jullie dat ik ben? Toen Jezus zei, dat ze Hem allemaal zouden verlaten: “Ik niet…!” Toen ze in de storm over het meer voeren: “laat me naar u toe komen” en hij zo uit de boot stapte om over het water naar Jezus toe te lopen. Toen de soldaten kwamen en hij zijn zwaard greep en het oor van Malchus, de knecht van de hogepriester, afsloeg. Toen Jezus voor Pilatus gebracht werd, wist hij ook binnen te komen. Maar nu, op het belangrijkste moment in het leven van Jezus, is Petrus in geen velden of wegen te bekennen. Toen hemmoeilijke vragen gesteld werden, sloeg zijn onversaagdheid om in angst. Alsof hij (weer) over de zee moest lopen. Huilend kneep hij er tussenuit. Niemand die toen een hand naar hem uitstak. Had hij de blik die Jezus hem toewierp gemist?

Petrus, voor mij één van de sympathiekste leerlingen van Jezus. Aanstekelijk enthousiast – en daarin voor mij een voorbeeld – maar met een klein hartje. Vol goede bedoelingen, die hij nooit kon waarmaken – en daarom zo herkenbaar. Hij staat vast ergens verdekt opgesteld, maar wel zo, dat hij nog een glimp van het kruis kan opvangen. Ik kan me voorstellen, dat hem zomaar de woorden van Jesaja te binnen schieten, die hij parafraserend voor zich heen mompelt:

5om mijn overtredingen werd hij doorboord, om mijn ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die mij de vrede aanbrengt, is op hem, en zijn striemen brengen mij genezing. 6Ik dwaalde als een schaap en wendde mij naar mijn eigen weg, maar de Heer heeft mijn ongerechtigheid op hem doen neerkomen. 7Hij wordt mishandeld, maar hij laat zich verdrukken en doet zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo doet hij zijn mond niet open…..” Hij … voor mij …. Zou het…? Echt waar …? Geen veroordeling meer ….?

Ik sta naast Petrus:

  • Huilend – omdat ik me zo vaak vergis en mijn eigen weg ga.
  • Diepbedroefd – omdat mijn zonden oorzaak zijn van Jezus’ lijden.
  • Hopend – dat de woorden van Jesaja de deur naar het Godsrijk openen.
  • Gelovend – dat Jezus’ dood mij vergeving en verlossing brengt.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.