Goede vrijdag en Openbaring 5

Op Goede Vrijdag zouden we een preek horen  van Anton van Kan – die helaas ziek werd. Die preek kun je nu hieronder lezen. En met enige zelfwerkzaamheid, kun je zelfs de powerpoint erbij zien. Lees eerst de eerste drie dia’s en lees daarna hieronder verder!

Johannes heeft in Openbaring 4 toegang gekregen tot de hemel. En zijn bezoek aan de hemel gaat door in hoofdstuk 5. Hij roept ons op om te kijken naar wat daar te zien is en zo een andere, christelijke bril op te zetten.

De christenen in de eerste eeuw werden constant geconfronteerd met de Romeinse wereldbeschouwing. Door middel van gebouwen, standbeelden, rituelen en festivals zagen ze dagelijks een manier van leven die in dienst stond van afgoderij, die daar helemaal mee doordrenkt was. Eén van de doelen van het laatste Bijbelboek, Openbaring, was, om de christenen van toen profetische tegenbeelden te laten zien, waarin een heel andere wereldbeschouwing naar voren komt. Er wordt voorgesteld hoe de wereld bedoeld is en uiteindelijk zal zijn.

Ook wij krijgen op die manier een nieuwe bril opgezet. Want een bril dragen we allemaal, letterlijk en/of figuurlijk. De figuurlijke bril is er niet een van Hans Anders, maar één die we meegekregen hebben via onze ouders en onze opvoeding, onze cultuur, onze leraren, de mooie en verdrietige dingen die we hebben meegemaakt, enzovoorts. En deze bril beïnvloedt ons leven van elke dag.
We gaan nu proberen om de bril op te zetten van Openbaring 5 in het licht van Goede Vrijdag.

Wat zien we dan precies? Allereerst zien we Iemand die op de troon zit, waarmee God de Vader bedoeld wordt. Hij heeft een boekrol in Zijn hand, vanbinnen en vanbuiten beschreven en verzegeld met zeven zegels. (dia 4) Deze boekrol stelt de hele geschiedenis en de bestemming van de mensheid en de aarde voor: de oordelen, maar ook Gods reddingsplan, samen in één boekrol. De zeven zegels geven een vorm van volledigheid aan: alles staat erin.

Dit soort boekrollen is bekend uit het Oude Testament. Jeremia krijgt bijvoorbeeld de opdracht om een boekrol te pakken en daarin alles op te schrijven wat God tegen hem gezegd heeft over Israël.
Maar de lezers in de vroege kerk uit de tijd van Openbaring zullen bij deze boekrol zeker ook moeten hebben denken aan een vastgoedtransactie. Eigendomsbewijzen voor allerlei bezittingen zoals huizen of andere gebouwen, maar ook testamenten werden vaak op zulke boekrollen geschreven en verzegeld met 7 zegels, vaak vanwege het gebruik van 7 getuigen.

De Joodse lezers zouden daarbij direct denken aan Leviticus 25: 25-46. Daar gaat het over de zogenaamde losser-clausule, die een voormalige eigenaar van een stuk land toestond dat land terug te kopen; dat land kon nooit permanent verkocht worden. Dus als iemand door omstandigheden een stuk land was kwijtgeraakt, maar later in staat was om het weer terug te kopen, had hij de autoriteit om de boekrol (het contract of de notariële akte) te pakken, de zegels te verbreken en de tekst ervan te lezen. Het land kon dan weer zijn eigendom worden. Als hij niet aan de voorwaarden kon voldoen, dan kon een naast familielid in zijn plaats daarvan het eigendom terugkrijgen, als een zgn. losser die familie, bloedverwant is.

Zo’n familielid-losser moest aan drie voorwaarden voldoen: (dia 5)

  1. Hij moest familie zijn van de oorspronkelijke eigenaar.
  2. Hij moest aan de eisen kunnen voldoen om het eigendom terug te kopen
  3. Hij moest bereid zijn om het eigendom terug te kopen.

Nu zien we dus deze boekrol in Openbaring 5 in de hand van God, waarin het lot van de hele aarde wordt beschreven. Er blijkt echter niemand waardig te zijn, dus aan de juiste voorwaarden te voldoen, om de boekrol te openen. Johannes breekt in huilen uit, omdat de boekrol niet kan worden geopend. Deze uiterst belangrijke boekrol zal dicht moeten blijven. De boekrol, die de eigendomsakte van de aarde is – de aarde die God heeft geschapen, die Hij ondersteunt en onderhoudt. Maar het is ook de aarde die God terug moet zien te krijgen via een losser of een familielid-losser. Dan treedt het Lam naar voren om deze verplichting aan te gaan, met de gedachte: ‘Ik kan dit land, deze aarde die ik kwijt geraakt was, weer terugkopen.’

Misschien denk je nu: als God de schepper en onderhouder van de aarde is, waarom moet Hij dan terugkopen wat al van Hem is? Zegt Psalm 24 (v1) niet: De aarde is van de HEERE en al wat zij bevat, de wereld en wie er wonen. Maar we moeten dan denken aan het begin van de geschiedenis van de mens. Adam kreeg de heerschappij over de aarde van God in Genesis. Maar toen Adam, en met hem alle mensen, zondigden, kwam de aarde onder een goddelijke vloek te liggen. En die vloek blijft daar liggen, zolang God die niet weghaalt.

In de Hof van Eden gaf Adam de heerschappij over de aarde over aan satan; hij heeft de aarde dus onrechtmatig in bezit gekregen, want de aarde is niet van hem. Bij de verzoeking in de woestijn zei de satan niet voor niets tegen Jezus: (dia 6) “Ik zal U al deze macht en de heerlijkheid van deze koninkrijken geven, want die is aan mij overgegeven en ik geef die aan wie ik maar wil; dus, als U mij zult aanbidden, zal het allemaal van U zijn” (Lucas 4: 6-7). Jezus gaat niet op deze verleiding in, maar ontkent hem ook niet.

Dat is de situatie in ons verhaal op dit moment: niemand, geen mens, zoals Adam, of een volk zoals Israël, is in staat om de vloek die over deze aarde ligt, weg te nemen. Niemand kan de boekrol opeisen en hem openen. We kunnen het dan ook begrijpen dat Johannes dit als een enorme catastrofe ziet en verschrikkelijk moet huilen. Denk je eens in dat er voor deze wereld, waarin zoveel verschrikking, leed, ellende en ziekte is, geen reddingsplan zou zijn. Springen dan bij ons de tranen ook niet in de ogen? Het kunnen de tranen zijn van Adam en Eva, die naar het dode lichaam van hun vermoorde zoon Abel kijken. Het zijn de tranen van familieleden van de 6 miljoen Joden die de Tweede Wereldoorlog niet overleefden. Het zijn jouw en mijn tranen, die uit ons hart en onze ziel kwamen, als we aan het graf van een geliefde stonden, of als we te maken krijgen met de teleurstellingen en de pijn van het leven. Als die losser niet gevonden kan worden, dan blijft Gods schepping voor altijd onder die vloek en in handen van Satan.

Maar dan verandert opeens alles. Een losser, een redder staat op. Hij wordt met een paar namen omschreven. Eerst als de Leeuw Die uit de stam van Juda is (dia 7). Het is een verwijzing naar Genesis 49:9: waar geprofeteert wordt dat de Messias uit de stam van Juda zal komen. Het symbool van die stam was de leeuw. Verder wordt hij genoemd: de Wortel van David, oftewel een nakomeling van David, wat terugwijst naar Jesaja 11:1: “Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï” (de vader van David). Ook dit was een profetie over de komende Messias. Johannes wordt opgeroepen om naar deze leeuw te kijken, een machtige leeuw waarbij “overwinning” past.
Als Johannes dan kijkt, verwacht hij een brullende leeuw te zien, maar hij ziet een lam! Dit is een waanzinnige omkering van beelden: De Leeuw heeft overwonnen en kan de boekrol openen; en ik zag een Lam. Hij ziet een Lam dat er niet als geslacht bijligt, maar het staat rechtop, terwijl de tekenen van de slachting nog zichtbaar zijn.

Een lam als geslacht. Een Lam met duidelijke verwondingen. Hierbij denken we direct aan Jezus. Johannes de Doper omschreef Jezus zo: “Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!” (Johannes 1:29). We denken aan het Lam van het Pascha van de Joden. En we denken aan het Lam uit Jesaja 53: “Als een lam werd Hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open”.

In het Oude Testament moesten Joden die van hun zonden gereinigd wilden worden een lam meebrengen naar de tempel, hun handen erop leggen en hun zonden erover uitspreken. (dia 8) De priester sneed vervolgens de keel van het lam door, liet het bloed eruit vloeien, terwijl de gelovigen toekeken. Het ritueel hield in dat de zonden van deze mens over gedragen waren op dit onschuldige, geofferde dier, zogezegd. Hiervoor in de plaats kwam Jezus, het lam dat zonder zonden was, of, zoals het staat in Jesaja 53:9: “omdat Hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in Zijn mond geweest is.”

Dit ritueel met het lammetje vond twee maal daags plaats in de tempel in de tijd dat Jezus op aarde was, om 9 uur ’s morgens en om drie uur ’s middags. 9 uur ’s morgens, precies het tijdstip waarop, volgens Marcus, Jezus werd gekruisigd en 3 uur ’s middags, het tijdstip waarop Jezus, weer volgens Marcus, stierf aan het kruis als offerlam. Daarom is Jezus waardig, waardig door het kruis op Golgotha, want dat is de sleutel tot de geschiedenis en het verlossingsplan wordt erdoor op gang gebracht.

Dit Lam in Openbaring is geen gewoon Lam. De zeven hoorns en zeven ogen zijn beelden voor Zijn almacht, alwetendheid en alomtegenwoordigheid.

Het is ook een geslacht Lam. We moeten wel even bedenken waar Johannes zich bevindt: hij is in de hemel, waar hij de troon van God ziet met een regenboog eromheen en heel veel verschillende wezens erbij. Maar zelfs hier, in de hemel, draagt het Lam de merktekens van zijn kruisiging op Golgotha. Na Zijn opstanding had Jezus ook de wonden in zijn handen en voeten en zijde nog. In die toestand is Hij met hemelvaart naar Zijn Vader gegaan en zit aan de rechterhand van God. En Johannes ziet Jezus, die nog steeds de wonden draagt van Zijn opofferende liefde – tot in eeuwigheid. Het is als in de song ‘Scars in Heaven’ van de Casting Crowns: (dia 9)

The only scars in Heaven, they won’t belong to me and you
There’ll be no such thing as broken, and all the old will be made new
And the thought that makes me smile now, even as the tears fall down
Is that the only scars in Heaven are on the hands that hold you now (vertaling: dia 9)

Dan komt eindelijk het ontroerende moment dat Jezus de boekrol, het contract, het eigendomsbewijs van het grootste onroerend goed ooit, de aarde, uit de handen van God nam. Blijdschap neemt het meteen over van gehuil, want de familielid-losser   vordert de in de Hof van Eden verloren gegane eigendommen terug en verlost de vervloekte aarde met zijn eigen bloed. En zo vervult Hij de losser-clausule, omdat voldoet aan alle criteria (dia 10):

  1. Door zijn menswording met Kerst is Jezus familie van ons door bloedbanden
  2. Hij heeft onze schuld betaald met zijn eigen bloed.
  3. Hij betaalde gewillig de schuld; Hij legde vrijwillig Zijn leven voor ons af (Johannes 10:18: “Niemand neemt het leven van Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf”).

Hij heeft overwonnen, zegt vers 5. Door Zijn dood heeft Hij overwonnen. Want Hij is geslacht en heeft ons voor God gekocht met Zijn bloed, uit elke stam, taal, volk en natie, zegt vers 9.

Als we dat weten, snappen we ook waarom alle aanwezigen in de hemel gaan aanbidden en uitbarsten in het zingen van een nieuw lied voor deze losser, deze Verlosser, die de wereld weer bij God, de rechtmatige eigenaar, terugbracht.

Die hele grote wereld met die eeuwenlange geschiedenis en die miljarden, zijn het onroerende god dat door de Losser teruggekocht is! Maar het geweldige nieuws is hierbij, dat Jezus dat ook gedaan zou hebben als het alleen om jou of mij was gegaan. Hij liet zich bespugen en slaan, doorboren met spijkers en met een speer, voor jou en voor mij. Als je dat tot je door laat dringen, dan word je stil. Wij worden opeens dat onroerend goed, dat onvervreemdbaar eigendom van  God en dat voelt Ontroerend goed! (dia 11)

Amen

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.