Gods geheim bekend gemaakt

In een vorig artikel heb ik uitgelegd, dat de gelijkenissen in Matteüsa13 een eeuwenlang verborgen geheim bevatten. In  dit  artikel denken  we  na over een  paar van die  gelijkenissen en proberen een tipje van de sluier op te lichten om te ontdekken, wat dat geheim is.

Een trilogie

Het slot van Matteüsa13 geeft 3 korte gelijkenissen. Je kunt ze ieder afzonderlijk lezen en er mooie lessen uit leren. Maar je kunt ze ook als een geheel lezen. Dan zul je ontdekken, dat het a.h.w. een trilogie is – drie verhalen, die met elkaar te maken hebben en een samenhangend geheel vormen. Lees ze eerst maar eens.

44Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker.

45Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht. 46Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die.

47Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een sleepnet, neergelaten in de zee, dat allerlei bijeenbrengt. 48Wanneer het vol is, haalt men het op de oever, en zet zich neer en verzamelt het goede in vaten, doch het ondeugdelijke werpt men weg. 49Zó zal het gaan bij de voleinding der wereld. De engelen zullen uitgaan om de bozen uit het midden der rechtvaardigen af te zonderen, 50en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.

De strekking van deze gelijkenissen

De gelijkenissen over het Koninkrijk van God laten zien dat God de eeuwen mensen tracht te winnen voor zijn Koninkrijk, ja hen zelfs smeekt om binnen te gaan. In de gelijkenissen vinden we Hem

  • zoekend – naar een schaap, een munt, arbeiders, een verloren zoon
  • uitnodigend tot een koninklijk bruiloftsmaal
  • als zaaier met goed zaad, het evangelie, opdat het vrucht zal dragen onder de mensen.

En we zien zijn blijdschap als Hij het verlorene vindt, zijn extra inspanning om mensen tot een feest te nodigen als er niet genoeg komen. Zo zien we Hem ook in de gelijkenissen over de geheimen van het Koninkrijk.

Hij vindt een schat en koopt de akker, Hij vindt een parel en verkoopt alles om die parel te kopen. En als de “Visser van mensen” trekt Hij alle mensen tot zich, al worden de kwaadwilligen (Matteüs 13:49), zij die niets willen horen, zien of begrijpen (Matteüs 13:15), niet gedwongen om eeuwig in een door hen ongewenst koninkrijk te leven.

Bij de eerste twee gelijkenissen moet ik een extra opmerking maken. Deze worden vaak uitgelegd als: De mens(heid) is op zoek naar wat werkelijke waarde in het leven heeft en als hij die schat of parel vindt, die beide een beeld van Jezus zouden zijn, moet hij alles achterlaten om Jezus toe te behoren. Maar waarom zouden we in deze twee gelijkenissen afwijken van het beeld dat in andere gelijkenissen – zowel die over het Koninkrijk der hemelen als die over de geheimen van het Koninkrijk – gebruikt wordt? Want daarin neemt steeds God of de Zoon des mensen het initiatief om mensen te betrekken bij zijn koninkrijk.

Natuurlijk zal iedereen die Jezus heeft leren kennen dat als een grote rijkdom ervaren. Maar waar in de Bijbel staat dat de mens daarvoor moet (of kan) betalen? Jezus zelf stelt de retorische vraag: Wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?” (Markus 8:37). Simon de tovenaar dacht voor geld gaven van de Geest te kunnen krijgen, maar werd door Petrus scherp terechtgewezen (Handelingen 8:18-20). Paulus onderstreept dat nog een keer door te stellen, dat onze verlossing niet gebaseerd is op iets dat wij kunnen doen, maar alleen op genade (Romeinen 4:4-6). Ik denk, dat de uitleg van een gelijkenis niet in strijd kan zijn, met het onderwijs dat de Bijbel zo duidelijk geeft.

Nog voordat we dieper ingegaan zijn op de details van deze drie gelijkenissen, bieden ze ons al de volgende algemene inzichten:

  • God is goed: Hij wil mensen, liefst alle mensen, in zijn Koninkrijk brengen
  • God is liefde: Hij houdt van mensen en heeft ongelofelijk veel voor hen over
  • Elk mens is van grote waarde: Jij bent een schat, een parel

Tot zover kan iedereen deze verhaaltjes wel interpreteren. We hebben heel erg ingezoomd op de details die we heel persoonlijk kunnen toepassen. Maar wat is nu het geheim dat Jezus aan zijn leerlingen wil verklaren? Dat ontdekken we als we de juiste “sleutels” vinden en gebruiken.

Sleutels tot het geheim

Jezus vertelt zijn verhalen zo, dat de meeste toehoorders van Jezus ze niet ten volle kunnen begrijpen. Zelfs zijn volgelingen begrijpen ze niet zo goed – ze vragen tenminste om uitleg (Matteüs 13:10 en Matteüs 13:36). En Jezus geeft die. Hij vertelt, dat elk onderdeeltje van het verhaal een betekenis heeft: de akker, de zaaier, de vogels. Dat zijn sleutels! En waar hij geen hints geeft, kun je veronderstellen dat als je in de Bijbel graaft, ze daar wel gevonden worden. Als we dat doen, zoomen we a.h.w. uit en gaan het grote plaatje zien van God, die de eeuwen door aan het werk is om zijn Koninkrijk te brengen.

De schat in de akker

De sleutel tot deze gelijkenis vinden we in de uitleg van de gelijkenis over iemand die goed zaad zaait in zijn akker. De zaaier is “de Zoon des mensen, de akker is de wereld” (Matteüs 13:37,38).

In deze gelijkenis vindt iemand een schat. Jezus legt niet uit, wat ermee bedoeld wordt, maar er is een opvallende overeenkomst met Ezechiëla16, waar God zegt van “Jeruzalem” – waarmee in de context Gods volk Israël bedoeld wordt – : 5Op de dag dat je geboren werd, werd je ergens op een akker achtergelaten, zo weinig waarde werd er aan je leven gehecht. 6Toen kwam Ik voorbij en zag hoe je in je bloed lag te spartelen. Ik zei tegen je, terwijl je onder het bloed zat: “Leef! Blijf in leven, bedekt met bloed als je bent.” Dan volgt het verhaal hoe God Israël verkiest en haar huwt. Maar ook dat zijn volk Hem versmaadt en andere goden achterna loopt. Tenslotte verliest ze haar status en wordt ze door heidense volkeren te gronde gericht. Maar het verhaal eindigt met God, die zijn verbond gedenkt,dat Hij met haar sloot in haar jeugd, en verzoening voor haar zal doen. Om met de woorden van Hosea te spreken: Hij zal haar opnieuw tot bruid werven (Hosea 2:13-18).

Het is niet moeilijk om in de gelijkenis van de schat in de akker het verhaal van Ezechiël te herkennen. De schat wordt gevonden en verborgen, de akker wordt gekocht. Die laatste handeling is een verwijzing naar de kruisdood van Jezus, die niet alleen Israël tot de zijne wil maken, maar die gelijk maar de hele wereld met Zich wil verzoenen. Maar het einde van Ezechiëla16 ontbreekt – de schat wordt nog niet opgegraven! In de Bijbelse profetieën is het herstel van Israël het hoogtepunt waarop de wereldgeschiedenis zal uitlopen, de voleinding der wereld. Gerechtigheid en vrede voor alle mensen! Maar zover komt het in deze gelijkenis niet. De voleinding der wereld komt pas in de derde gelijkenis aan de orde, maar eerst komt er nog een tweede gelijkenis:

De kostbare parel

Een koopman vindt een kostbare parel. Oppervlakkig bezien lijkt deze gelijkenis wel op de eerste, maar er zijn toch verschillen. Vanzelfsprekend is de koopman een beeld van de Zoon des mensen, maar de plaats van handeling is verschillend en veelzeggend. De schat Israël werd gevonden op de akker van de wereld. Maar voor de parel moet de koopman naar de zee, want daar ontstaan parels in oesterschelpen. Dat is opmerkelijk, omdat Jezus juist voor deze gelijkenissen een plekje gezocht heeft aan de oever van de zee (Matteüs 13:1). In het hoofdstuk hiervoor had Hij een confrontatie met de Joodse leidslieden, die Hem verweten wonderen te doen door Beëlzebul, de overste van de boze geesten (Matteüs 12:24). De zee komt in het Oude Testament regelmatig voor als symbool van de natiën en volkeren van deze wereld (Psalm 65:8), die rumoer maken en bruisen als de zee (Jesaja 17:12). We zullen zien dat de keuze van deze plaats een veelzeggend statement van Jezus is.

De koopman komt niet naar het strand om alle gevangen vissen op te kopen. Hij zoekt die één kostbare parel, de kostbaarste van alle, die uit die zee tevoorschijn komt En betaalt ervoor met alles wat hij heeft. Opnieuw een verwijzing naar de dood van Jezus. Zijn sterven plaatste de profeten met het raadsel dat de Koning die tot in eeuwigheid zou regeren, sterft. Hoe kan dat? En wat gebeurt er na het sterven van de Koning? Raadsels. Maar het Nieuwe Testament laat ons zien wat er daarna gebeurde: de Koning stond op uit het graf, voer op ten hemel en zond zijn Geest en zijn leerlingen erop uit om het evangelie te verkondigen. Eerst aan Israël, maar de houding van de Joodse leiders was niet veranderd. De geschiedenis in het boek Handelingen laat zien, dat ze Jezus steeds weer afwezen. Tenslotte eindigt dat Bijbelboek met de aankondiging dat het evangelie aan de heidenen gebracht zal worden en daar gehoor zal vinden. En sinds het Pinksterfeest van Handelingen 2 vormt Jezus zijn gemeente uit alle volken (inclusief Israël). Die gemeente wordt door Paulus voortdurend aangeduid als een “geheim, dat niet eerder bekend geworden was, maar nu is geopenbaard” (Efeziërs 3:4-6; verg. Romeinen 16:25-26). Deze gemeente vormt een eenheid, één lichaam, vele leden. Als die gemeente volgroeid is, komt de laatste stap in de ontvouwing van Gods heilsplan.

Klik hier voor een persoonlijke toepassing van deze gelijkenis.

Het sleepnet

Ook in de derde gelijkenis van deze trilogie kijken we eerst naar de handelende persoon. Deze wordt niet met name genoemd, maar het is degene die bij de voleinding der eeuwen zijn engelen uitzendt om de bozen van de rechtvaardigen te scheiden. In de gelijkenis van het zaad en het onkruid is dat de Zoon des mensen wiens engelen de bedrijvers van ongerechtigheid verwijderen. Het tijdstip waarop dit zal gebeuren wordt ook aangegeven: de voleinding der wereld – het moment waarop alle profetieën vervuld zullen worden. Gods Koninkrijk omvat dan de gehele aarde: “de aarde zal vol worden van de kennis van des Heren heerlijkheid, gelijk de wateren die de bodem der zee bedekken” (Habakuk 2:14). En God zelf zal te midden van de mensen wonen!

Conclusie

In deze trilogie toont Jezus de grote lijnen van Gods bemoeienissen met de aarde, waarin drie chronologische stappen en drie groepen mensen te onderscheiden zijn: Joden, heidenen en de gemeente van God (1 Korintiërs 10:32). We kennen dus ook onze eigen positie, onderscheiden van Israël en de volkeren: leden van het lichaam van Christus.

Photo by Mohamed_Hassan from PxHere

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.