Het werk van Gods Geest in het Oude Testament

In een paar voorgaande artikelen hebben we nagedacht over de Heilige Geest als een goddelijke persoon. Door de bijbelse namen en symbolen te overdenken, zijn we iets te weten gekomen over de hoofdzaken in zijn werk: het leven van God bekendmaken en reproduceren.

In Gods heilshandelen kun je verschillende fasen onderscheiden:

  • de tijd voor het kruis van Christus
  • de tijd tussen het kruis en de terugkeer van Jezus
  • de tijd na de terugkeer van Jezus, door de apostelen wel aangeduid als de toekomende eeuw, in de NBV weergegeven als de komende wereld.

In elke periode was de Heilige Geest werkzaam. In dit artikel denken we na over het werk van de Geest in de tijd vóór het kruis, de periode van het Oude Testament.

In Gods plannen en gedachten staat Christus altijd centraal. In de oudtestamentische tijd bereidde God de mensheid voor op iets toekomstigs. De wet gaf een voorafschaduwing van dingen die nog moesten komen. Er werden mensen gezegend, Gods wil werd bekend gemaakt en er werd een getuigenis toevertrouwd aan een bijzonder volk, Israël. Maar het doel van God lag verder. Israël kon het doel nog niet bereiken, het was als een onmondig kind onder de voogdij van de wet gesteld. Je kunt dus verwachten, dat de Geest, die altijd werkt in overeenstemming met Gods bedoeling, ten tijde van het Oude Testament toch iets anders werkt dan in de periode na het kruis.

Het werk van de Geest in individuen

Vanaf het begin der mensheid werkt de Geest in individuen. We merken het geloof op van Adam, die zijn vrouw Eve (=de moeder van alle levenden) noemde; van Abel, die een dierlijk offer brengt; van Henoch die met God wandelde en van Abraham, die de vader val alle gelovigen genoemd wordt. Dat getuigt van het werk van de Geest, die in de harten van zondaren geestelijk leven wekt. Uit de woorden van Jezus tot Nikodemus blijkt, dat de opmerkzame bijbellezer uit deze verhalen had kunnen leren, dat mensen wedergeboren moeten worden. Het werk van Gods Geest in mensen in het Oude Testament is anders dan het Nieuwe Testament. Hier volgen een paar kenmerken:

Sommige gelovigen werden voor een bepaalde taak vervuld met de Geest

De Geest van God woonde in de tijd van het Oude Testament niet in de gelovigen. Voor bijzondere taken werden sommige mensen vervuld met de Geest:

  • Besaleël voor de bouw van de tabernakel (Exodus 31:3)
  • Otniël en anderen om Israël leiding te geven als “richter” (Rechters 3:10)
  • David om koning over Gods volk te zijn (1 Samuël 16:13)
  • de profeten om Gods woorden op te schrijven (1 Petrus 1:10-11).

De Geest werd tijdelijk gegeven en kon worden weggenomen

  • Simson werd geleid door de Geest van de Heer (Rechters 13:25), maar later werd de Geest weggenomen (Rechters 16:20).
  • Saul werd gegrepen door de Geest Gods (1 Samuël 10:10), maar deze was later van hem geweken (1 Samuël 16:14).
  • Ezechiël vertelt dat de Heer in hem kwam toen God tot hem sprak (Ezechiël 2:2). Maar later komt de Geest opnieuw in hem (Ezechiël 3:24). De Geest bleef niet dus in hem.
  • David vreesde, dat de Geest van hem zou wijken door zijn zonde. Hoe zou hij het koningschap kunnen uitoefenen zonder de leiding van Gods Geest. Daarom bidt hij, dat God zijn Geest niet zal wegnemen (Psalm 51:13).

De Geest gaf Gods woorden door

In de tijd van het Oude Testament was er nog geen Bijbel. God sprak rechtstreeks tot sommige mensen – denk aan Adam, Noach en Abraham. Van Abraham wordt door God gezegd, dat hij een profeet is. Dat wordt ook van Mozes gezegd, die als  profeet leiding gaf aan Gods volk. Na hem zouden nog veel profeten opstaan, die de woorden van God aan het volk overbrachten. Hun boodschap bevatte drie elementen:

  1. Ze wezen het volk op hun zonden en deden een beroep op hun geweten. Soms met als resultaat dat het volk zich bekeerde e een dreigend oordeel va God werd uitgesteld.
  2. Ze zagen een verre toekomst en spraken over de komst en de regering van een verlosser, de Messias.

Dit spreken van de profeten was een werk van de Heilige Geest. David zegt bijvoorbeeld: De ​geest van de Heer​ sprak in mij, zijn woorden zijn op mijn tong. En hoe dikwijls leiden de profeten hun uitspraken in met “Zo zegt de Heer.
In het Nieuwe Testament gezegd, dat de Geest sprak bij monde van David en Jesaja, om maar een paar voorbeelden te noemen. En Petrus stelt vast:

10Wat de redding inhoudt, trachtten de profeten te achterhalen toen ze profeteerden over de genade​ die u ten deel zou vallen. 11Zij probeerden vast te stellen op welke tijd en op welke omstandigheden Christus’ Geest, die in hen werkzaam was, doelde toen deze hun zei dat ​Christus​ zou lijden en daarna in Gods luister zou delen. 12Er werd hun geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf bestemd was maar voor u, en nu is deze boodschap u verkondigd door hen die u het ​evangelie​ hebben gebracht, gedreven door de ​heilige​ Geest​ die vanuit de hemel werd gezonden (1 Petrus 1:10-12).

Veranderingen in het werk van de Geest aangekondigd

Bij de woorden die de profeten door de Heilige Geest spraken, waren ook beloften over een toekomstige verandering in het werk van de Geest, als Israël zich tot God bekeert en de Messias aanvaardt.

  • Dan zal een nieuw verbond van kracht worden en de Geest zal uitgestort worden over alle Israëlieten (o.a. Jesaja 44:1-5). Uit het verband blijkt, dat er dan voldaan moet zijn aan bepaalde voorwaarden: bekering, gehoorzaamheid en geloof.
  • De Geest zal dan ook voor altijd gegeven worden: Mijn Geest … en mijn woorden … zullen niet wijken uit uw mond noch uit de mond van uw kroost, noch uit de mond van het kroost van uw kroost, zegt de Here. (Jesaja 59:21).
  • De Heilige Geest zal wonen in de harten en het innerlijk van de mensen vernieuwen, zodat het leven met God geen “moeten” is, maar meer een “vanzelfsprekendheid”: Ik zal jullie een nieuw en een nieuwe geest geven, … Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen (Ezechiël 26:26-28).

Onder het oude verbond woonde God in een tempel van goud, zilver en kostbare stenen, maar onder het nieuwe verbond zal Hij door zijn Geest wonen in de harten van de gelovigen, die zijn tempel zullen zijn. Onder het eerste verbond stond Gods wil geschreven op stenen platen. Onder het tweede verbond schrijft de Heilige Geest Gods wil in de harten: “Dit is het ​verbond​ dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten – ​spreekt de Heer: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun ​hart​ schrijven (Jeremia 31:31-34).