God! Waar bent U?

In de week voor Pasen – die we soms de Lijdensweek (vanwege het lijden van Jezus) noemen, maar ook wel de Goede Week (vanwege de vreugde van Pasen) of Stille Week (omdat traditioneel in die week de kerkklokken niet geluid werden) – is er altijd volop aandacht voor het verhaal dat we tegenwoordige The Passion noemen, het lijden van Jezus. Een verhaal vol memorabele momenten. Eén daarvan is het moment, dat Jezus zich, hangend aan het kruis, tot God richt.

‘t Zijn zulke bekende woorden: “Eli, Eli, lama sabachtani”, “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” Het zijn de woorden van Psalm 22:2, maar dan niet in de context van een liturgie of gebed. Ze schetsen een beeld van ultieme verlatenheid en ondergang. Het is een rauwe kreet in doodsnood: “God! Waar blijft U nou?”

Gezien de situatie is het wel begrijpelijk. Omringd door vijanden, verlaten door zijn vrienden die gevlucht waren en van grote afstand toekijken. Ook moet hij afscheid nemen van de paar geliefden die wel bij het kruis staan. Maar toch – was dit niet de man, die gezegd had dat zijn hemelse Vader hem lief had? Dan is misschien niet de uitroep van Jezus, maar de afwezigheid van God het meest opmerkelijke in deze scene van het verhaal.

Maar het zwaarste was, dat zijn Vader Zich van hem afkeerde.

Zijn leven lang had Jezus niets gedaan zonder zijn Vader er in te kennen. Voortdurend was Hij zich bewust van de aanwezigheid van zijn Vader. Maar juist nu, op dit voor Hem cruciale moment, had zijn Vader zich van Hem afgekeerd. Juist nu was hij helemaal alleen gelaten.
Was dit het lijden waartegen Hij zo had opgezien, dat Hij bloed zweette in Getsemane? Nu was Hij helemaal geworden als alle mensen, zonder God in deze wereld, de dood nabij. En als eerste (en hopelijk enige) ervoer Hij ten volle waarheen de weg leidt die de mensheid gekozen heeft.

God heeft zich een moment voor de mens Jezus verborgen. Maar de Vader zal zijn Zoon niet aan de dood overlaten. Zijn leven, zijn liefde, zal de dood overwinnen! Maar zo voelde Jezus dat niet. En op zijn vraag kwam geen antwoord.

Toen niet. Maar de vraag is wel gehoord! En zal beantwoord worden – op de derde dag.

Wat een troost: als ik worstel met de “waaroms” in mijn leven en geen antwoord krijg op mijn roepen tot God, deelt de Gekruisigde in mijn radeloosheid. Ook al komt er geen antwoord, Hij wijst me wel op degene met wie ik mijn nood het beste kan delen. Iemand die luistert als ik Hem aanroep en die kracht geeft om de moeilijkste weg te gaan – zelfs als Hij verborgen blijft.

Kan ik ook zo naast anderen staan en delen in hun vragen en leed, zonder met goedkope antwoorden en makkelijke oplossingen te komen?

Eli, Eli, lema sabachtani (Matteüs 27:46)