Een boodschap van hoop

Vergane glorie

De stemming in Israël zal bedrukt geweest zijn. De stad Jeruzalem, gedomineerd door een grootse tempel, ademde de sfeer van een roemrijk verleden. Duizend jaar geleden waren er grote koningen die in de regio (aanvankelijk Saul, maar later nog veel meer: David) en ver daarbuiten (Salomo) naam gemaakt hadden. Daarna was het helemaal misgegaan met Israël.

Maar toen er een einde kwam aan de ballingschap en het volk weer in het eigen land leefde, leek het langzamerhand toch weer de goede kant uit te gaan. Na veel vallen opstaan bevrijdden ruim 100 jaar geleden de Makkabeeën Israël van vijandige overheersing. Dat leek het voorspel tot de glorieuze toekomst van Israël die door de oude profeten voorzegd was.

Maar ook die hoop is nu helemaal vervlogen. De macht van de Romeinen was alleen maar toegenomen. Sinds Gaius Octavianus zich opgewerkt heeft tot keizer van het Romeinse rijk, keizer Augustus, kun je er wel op wachten, dat Israël uiteindelijk, net als zoveel andere volken, in de volkerenzee van het Romeinse Rijk zal opgaan. Hoe heeft het zover kunnen komen met Gods volk?

De neergang van Israël wordt geïllustreerd in de persoon van Maria – een nakomeling van Israëls grote koning. Geen prinses, maar de verloofde van een timmerman. Wonend in een uithoek van het land, die smalend wordt aangeduid als het gebied van de “heidenen” (Jesaja 9:1; Matteüs 4:15).  Wie had dat ooit kunnen denken?

Woorden van hoop

Juist naar die troosteloze uithoek stuurt God zijn boodschapper Gabriël. Zijn woorden getuigen van hoop.

In de eerste plaats voor Maria: “Wees gegroet, begenadigde, de Heer is met u”. Terwijl haar eigen volksgenoten in Jeruzalem neerkijken op degenen die in Galilea woonden, zegt de engel, dat God het helemaal met haar ziet zitten!

Vervolgens wekken zijn woorden hoop voor het volk van Israël. Want het kind wiens geboorte hij aankondigt, zal de beloofde Koning van Israël zijn. En niet alleen van Israël, want volgens de belofte zal Hij over alle volkeren regeren en de aarde vullen met recht en vrede.

Maria snapt het allemaal niet zo goed, maar ze beseft één ding: het Kind dat geboren zal worden, heeft alle antwoorden. Voor haar en alle mensen. Ze put hoop uit alles wat haar over Hem gezegd is. In gedachten is ze er elke dag van haar leven mee bezig.

Voor alle mensen

Het verhaal van Israël is ook het verhaal van alle mensen. Wat is er nog over van Adam, “de zoon van God” (Lukas 3:38)? Hoe ver zijn we verwijderd  van de ‘tuin van God’? Is er in onze tijd nog hoop? De woorden die Maria hoorde hebben ons ook vast wat te zeggen? Volgen wij haar voorbeeld?

 

Foto: Nazareth, met de Kerk van de Geboorteaankondiging

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.