Die man met de klarinet

Diep in mijn hart geraakt

Jaren geleden kreeg ik van iemand een LP met prachtige klarinetmuziek. Dit soort muziek kende ik niet, geen symfonieorkest, geen harmonieorkest, geen dixieland, maar klezmer. Dat je zo kon spelen op dat instrument, dat je er zoveel emotie in kon leggen, zowel blijdschap als droefheid – geweldig. De muziek raakte een voor mij haast onbekende laag in mijn ziel. Een gevoel als van heimwee werd opgeroepen. Eigenlijk kon ik daar niet stil naar luisteren, maar ik moest meedoen: mee huilen, mee juichen, mee dansen.

Op een dag hoorde ik dat die klarinettist hier zou optreden. Ik wilde er beslist naar toe. In de aanloop naar het concert bereidde ik me voor: ik las alles wat ik over de man kon vinden en probeerde zoveel mogelijk van zijn muziek te beluisteren.

Eindelijk was het zover! En de levende muziek overtrof de CD-registratie. We zaten met een paar honderd man in de zaal, maar ik zag en hoorde er maar één – die man met de klarinet. Ik was in een andere wereld en vergat gewoon dat ik in Nederland woon en ’s middags nog gewoon op kantoor zat en de volgende dag weer gewoon …. Het optreden culmineerde in het applaus dat opklonk en dat me niet lang genoeg kon duren, omdat de kunstenaar geen passender eerbewijs gebracht kon worden.

Ik leefde niet naar het concert toe met de gedachte: straks mag ik even alle dagelijkse zorgen vergeten – hoewel dat wel waar was. En toen ik er zat, dacht ik niet: wat een geluksvogel ben ik, dat ik hier mag zitten – hoewel dat ook waar was. Maar ik leefde er naar toe om de man, die al zo dikwijls via de grammofoon en CD mijn hart had beroerd, in levenden lijve te horen spelen. En eenmaal in de zaal, kon ik me alleen maar vergapen aan die man en me verlustigen in de tonen die hij aan zijn instrument ontlokte. Het applaus was geen welgemeend “dank u wel” voor dat concert; het was een huldeblijk voor al die keren, dat hij via LP en CD mijn hart had weten te raken.

Onze christelijke hoop

Eén van de kenmerken van het christenleven is, dat we vol goede moed vooruitkijken: we zien uit naar de belofte van de Heer, dat hij ons zal brengen in het vaderhuis, waar hij voor ons plaats bereid heeft1). In onze liederen klinkt die hoop ook door. “Daar voelt, daar kent men geen verdriet”. “Daar is geen strijd te strijden”. Dat is ook de zegen die ons in het vooruitzicht gesteld wordt2). Maar bovenstaand voorval liet mij ineens een ander aspect van de christelijke hoop zien.

Ik heb iemand leren kennen, hoewel ik hem nog nooit ontmoet heb. Maar hij raakte mijn hart toen hij door de Bijbel en het getuigenis van andere christenen tot me sprak. Hij heeft mij zijn liefde verklaard. En op wat voor manier! Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet …..3).
Hij wekte het verlangen om Hem eenmaal echt te ontmoeten, in levenden lijve. Nog even, dan zal ik hem zien! Dan zal ik mezelf en alles wat me zo in beslag neemt vergeten om me te vergapen aan zijn grootheid. Zijn liefde zal veel groter blijken te zijn, dan ik me in m’n stoutste dromen kon voorstellen. Zijn majesteit zal zo overweldigend zijn me zo diep raken, dat ik niet meer kan ophouden voor hem te applaudisseren.
Dat is mijn toekomst! Onze toekomst! God kijk er al sinds de schepping naar uit, dat al zijn schepselen zullen genieten van de grootheid van zijn zoon. Als je opgaat in de symfonie van liefde die hij onder tranen en voor de prijs van zijn bloed componeerde, worden de diepste lagen van je ziel geraakt. Zijn majesteit en liefde zullen de volkomen vervulling van je leven zijn.

Ik wil geen vreemde ontmoeten, maar een bekende

Als ik op vakantie ga, zoek ik van tevoren via internet, boeken en foldertjes van alles uit over de streek die we bezoeken. Wat wil ik beslist zien? Wat heeft zich daar in de geschiedenis afgespeeld? In de hoop, dat de dingen die ik tegenkom een klein beetje bekend zijn, zo van: “O ja, dat is het kasteel van Willem de Veroveraar”, en: “Dus hier leefde zoveel honderd jaar geleden Oliver Cromwell”.

Zo wil ik ook graag naar de toekomst van Christus toeleven. Hem beter leren kennen. Meer gaan begrijpen van zijn werk, zijn persoon, zijn karakter. Meer onder de indruk raken van zijn liefde. Om Hem straks niet als een vreemde te ontmoeten, maar als een bekende, die mij toch weer verrast door nog grootser en majestueuzer te zijn, dan ik me voorgesteld had.
Als we in het vaderhuis komen, zijn onze gedachten niet meer gevuld met de moeilijkheden van ons leven. We zien God en het Lam, zijn naam siert ons voorhoofd, Hem eren we4).
Als ik aan de toekomst denk, wil ik niet alleen bezig zijn met de pijn, moeite en strijd van dit moment. Ik wil niet alleen maar uitzien naar de verlossing uit mijn ellende, maar ik wil Jezus, mijn Heer zien. Ik wil Hem zien en veranderd worden. Nu al, zodat mijn heden het voorspel is van de toekomst die morgen begint!

Teksten
1) Johannes 14:1-3, 2) Openbaring 21:3-7, 3) Johannes 15:13, 4) Openbaring 22:3,4