De Heilige Geest in het Nieuwe Testament

In de vorige aflevering hebben we stilgestaan bij het werk van de Heilige Geest ten tijde van het Oude Testament. Nu willen we proberen te begrijpen, wat het Nieuwe Testament daarover zegt. Goed beschouwd moet je dan drie verschillende fasen onderscheiden: de evangeliën, het boek Handelingen en de periode waarin de brieven van de apostelen geschreven zijn.

Gods Geest in de evangeliën

Hoewel het Nieuwe Testament begint met de evangeliën, is het nog niet het begin van een nieuwe tijd, een nieuw verbond. Weliswaar is de Middelaar van het nieuwe verbond op aarde gekomen, maar de grondslag voor het nieuwe verbond wordt pas gelegd door de kruisdood, opstanding en verheerlijking van de Heiland. We lezen wel over de werkzaamheid van de Heilige Geest in de harten van mensen, maar dit is nog hetzelfde als in de oudtestamentische tijd. De meeste bijzonderheden vinden we in het relaas van Lucas. We lezen over Johannes, die voor zijn specifieke opdracht vervuld wordt met de Heilige Geest van de moederschoot af aan. En Elisabet en Zacharias worden door de Geest in staat gesteld te profeteren, terwijl Simeon door de Heilige Geest geleid naar de tempel kwam.

In de evangeliën neemt de persoon van Jezus een bijzondere plaats in, ook als het gaat om de werkzaamheid van de Geest. Dat de Geest in Jezus werkt is wel duidelijk. Lees het verhaal van de zalving bij zijn doop in de Jordaan en zijn verblijf in de woestijn om door de duivel verzocht te worden. Alles wat Jezus doet, is door de kracht van de Geest: wonderen, genezingen, duiveluitdrijvingen. Al die dingen gebeurden om aan te tonen, dat de profetie in vervulling ging: Jezus is de Messias die komen zou.

Jezus heeft ook veel verteld over de Heilige Geest en zijn werk in de toekomstige periode, na zijn sterven, opstanding en hemelvaart.
De Heilige Geest is de bewerker van nieuw leven door de wedergeboorte (Johannes 3:5-8). Hij is als een fontein van levend water, waar elke dorst gelest wordt (Johannes 4:14). En terwijl in het Oude Testament de Geest van buiten inwerkt op de mens, zal de Geest in de gelovige van binnen naar buiten werken, waardoor zij verspreiders van leven worden (Johannes 7:38,39).
De Heilige Geest is de Geest der waarheid die uitgaat van de Vader en gezonden wordt door de Zoon. Zijn komt is afhankelijk van der verheerlijking van Jezus. Hij woont blijvend in de harten van de gelovigen en zal de wereld overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel en Christus verheerlijken (Johannes 14, 15 en 16).

Vlak voor de hemelvaart van Jezus, blaast Hij op zijn leerlingen en zegt: “Ontvangt de Heilige Geest”. Dit moeten we opvatten in oudtestamentische zin als toerusting voor de opdracht die Jezus hen geeft. Dit was in afwachting van iets groters, want ze moeten in Jeruzalem blijven, totdat ze zullen worden aangedaan met kracht uit de hoogte.

De Geest in de tijd van Handelingen

Het boek Handelingen beschrijft een bijzondere periode van de heilsgeschiedenis. Met de hemelvaart van Jezus (Handelingen 1) is de weg vrijgemaakt voor de Heilige Geest om op een nieuwe manier te gaan werken: de Geest wordt uitgestort over alle gelovigen (Handelingen 2).
Voor de leerlingen van Jezus was dit enerzijds een geweldige tijd, wat er gebeurden zoveel grootse dingen, zoveel wonderen. Maar het was ook een heel verwarrende tijd, omdat er dingen gebeurden die in hun Joodse ogen niet konden en mochten gebeuren!

Zoals de wonderen in de evangeliën tot doel hadden Jezus aan te wijzen als de Messias, hadden de wonderen in Handelingen ook een speciaal doel. Paulus verwijst daarnaar als hij zegt dat in Korinte de tekenen van een apostel zijn verricht. De apostelen hadden een duidelijke boodschap, die op sommige punten nogal afweek van wat onder de Joden gezien werd als Gods wil. Dat de boodschap van deze mannen toch goddelijk gezag had, bleek uit de wonderen die God door op hun handen verrichtte (vgl. Hebreeën 2:4.

Voorde Joodse gelovigen waren de gebeurtenissen in de Handelingentijd nogal verwarrend. Zij leefden in de veronderstelling dat God alleen tot Israël sprak, zoals in de tijd van het Oude Testament. Maar als er niet-Joden tot bekering komen, hebben ze daar een probleem mee. Door uitzonderlijke gebeurtenissen – die enigszins lijken op de gebeurtenissen in Handelingen 2, zonder dat ze geheel identiek zijn – maakt God duidelijk, dat het evangelie niet alleen bestemd is voor Joden, maar ook voor Samaritanen (Handelingen 8) en heidenen (Handelingen 10). En vervolgens zijn er meerdere vergaderingen nodig om iedereen te overtuigen, dat hier toch echt God aan het werk is (Handelingen 11 en 15) en dat Joden en heidenen die tot geloof komen (zonder de Joodse religieuze gebruiken over te nemen) geheel gelijkwaardig zijn.

In de Handelingentijd hadden zowel de Joden – niet alleen degenen die Jezus nog niet aangenomen hadden, maar ook degenen die in Jezus geloofden – deze tekenen nodig om de bedoeling van het evangelie te begrijpen en de opdracht van Jezus te vervullen: het evangelie aan alle volken te verkondigen. Het is niet voor niets, dat het verhaal van Handelingen begint in Jeruzalem, waar de eerste hoorders van het evangelie alleen Joden waren. Het eindigt in Rome, waar de conclusie getrokken wordt, dat het evangelie, dat door een deel van de Joden aanvaardt is, vanaf dat moment ongehinderd aan de heidenen zal worden verkondigd (Handelingen 28:28).

De leer der apostelen

Het is duidelijk, dat we in de evangeliën en in het boek Handelingen wel veel te weten komen over de Heilige Geest, maar dat ze ons niet echt helpen te ontdekken, wat en hoe de Geest in ons wil werken. We zullen daarom in een volgend artikel nadenken over het werk van de Heilige Geest zoals dat voorkomt in de brieven van de apostelen. Want daarin vinden we de leer van de apostelen, die voor het leven van de gemeente maatgevend is.