De Geest in de gemeente

In het vorige artikel hebben we stilgestaan bij het werk van de Geest van God, zoals dat in de evangeliën en het boek Handelingen zichtbaar werd. Maar hoe wil de Geest van God vandaag in de gemeente van Christus en in elke gelovige werken? Daarvoor  zijn we niet aangewezen op een historisch verslag of op de ervaringen van anderen.

Met het Pinksterfeest dat in Handelingen beschreven wordt, is een nieuwe fase in de heilsgeschiedenis aangebroken. De belofte van Jezus, dat Hij zijn gemeente zou bouwen, ging in vervulling. de uitstorting van de Heilige Geest zou je kunnen beschouwen als de geboorte van de gemeente, het lichaam van Jezus. Vanaf dat moment beleven we de groei van de gemeente. De eerste gemeente groeide door het onderwijs van de apostelen.

De Geest en de gemeente

Uit de woorden van de apostelen en de belofte van Jezus leren we de volgende dingen over Gods in deze nieuwe fase van de heilshistorie.

  • De Geest is een gave van de Vader aan de Zoon
    In zijn toespraak op de Pinksterdag zegt de apostel Petrus: “Jezus is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen” (Handelingen 2:33).
  • De Geest wordt door de Zoon gegeven aan de gelovigen
    Petrus vervolgt met: “Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort” (Handelingen 2:33). Daarmee stemmen de woorden van Paulus overeen: “En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam” (Romeinen 8:23). Vanaf het moment dat iemand tot geloof in Jezus komt, ontvangt die persoon de Heilige Geest, als het begin van Gods werk in zijn/haar leven.
  • De Geest zal blijvend wonen in de gelovigen
    Jezus had over de Geest al het volgende gezegd, als een belofte voor de tijd na zijn heengaan: “…. een andere pleitbezorger … , die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijven” (Johannes 14:17)

De gaven in de gemeente

De Geest is gegeven als “eerste gave”. Hij is de drager van het nieuwe leven van de gelovige, die “opnieuw geboren” is. Hij is nodig om dat leven openbaar te maken, te doen groeien en vrucht te laten dragen.

  • Jezus is de gever van gaven
    De Geest is weliswaar onmisbaar in het christelijke leven, maar Hij staat zelf nooit in het middelpunt. Hij is gekomen om te getuigen van Jezus, zoals Jezus zal had gezegd. Dat vind je ook terug in de woorden van Paulus: “Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen”  (Efeziërs 4:7,8).
  • De Geest is Jezus’ gave aan de mensen
    We zagen hierboven als, dat Jezus de Geest die Hij van de Vader ontving, doorgaf aan de mensen. Het is verhelderend om het vers uit Romeinen 8:23 in verschillende vertalingen te lezen:
    “En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam” (NBG 1951).
    “En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam” (Herziene Statenvertaling).
    “En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we ​kinderen​ van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan” (Nieuwe Bijbelvertaling 2004). 
    Het maakt duidelijk, dat het ontvangen van de Geest “slechts” het begin is van het werk van Jezus in ons en dat Hij door de Geest in ons wil werken.
  • Het is Jezus’ doel om alles tot volheid te brengen
    Het is ook goed om in het oog te houden, welk doel Jezus voor ogen stond, toen Hij het door zijn hemelvaart mogelijk maakte om de Heilige Geest te zenden. Daarover zegt de apostel: “Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen” of: “om alles met zijn aanwezigheid te vullen” (Efeziërs 4:10). Die volheid was  in Romeinen 8 aangeduid als “zoonschap” (door NBG terecht zó vertaald en niet als “kinderen”). De term “zoonschap” duidt op het volwassen worden van kinderen. We zijn wedergeboren als kinderen van God, maar groeien door het werk dat de Geest in ons doet op, tot we in de positie van “zoon” worden aangenomen. Als we dit einddoel in het oog houden, zoeken we in het geloof niet (alleen) naar een persoonlijke ervaring, maar vooral naar groei in geloof en liefde.

Het werk van de Geest in de gemeente

Het werk van de Heilige Geest is dus om de verlossing uit te werken in de levens van de gelovigen en in de gemeente. Maar hoe gaat Hij nu te werk? In dit artikel wijs ik er graag op, dat de Geest door mensen werkt.

  • De Geest delegeert
    “En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren…” (Efeziërs 4:11)
    God stelt mensen aan die door de Heilige Geest in een bijzondere bediening worden gebruikt. Je zou ze voorgangers kunnen noemen:
    – Apostelen zijn oog- en oorgetuigen van Jezus, de grondleggers van de gemeente. In die zin worden zij niet opgevolgd, omdat het fundament maar één keer gelegd wordt. Als afgeleide zou je kunnen spreken van een apostolische dienst wanneer iemand ergens het evangelie brengt, waar nog nooit iemand anders gepredikt heeft.
    – Profeten zijn mensen die Gods wil bekend maken en oproepen tot toewijding aan God. In het Nieuwe Testament wordt profeteren omschreven als: stichtend, vermanend en bemoedigend spreken voor de gemeente (1 Korintiërs 14:3).
    – Evangelisten brengen de boodschap van Jezus bij de mensen en leiden mensen tot Jezus.
    – Herders dragen zorg voor het geestelijke welzijn van de gelovigen. De gelijkenis van de goede herder laat zien dat het o.a. om persoonlijke aandacht en zorg gaat. Met het Latijnse woord voor herder, pastor, noemen we dat tegenwoordig pastoraat.
    – Leraars geven inzicht in de Bijbel: wat staat er, wat betekende het in de context, hoe kunnen wij het toepassen.
  • Toerusting staat centraal
    “… om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd” (Efeziërs 4:12).
    Het is de taak  van de voorgangers in de gemeente om de gelovigen toe te rusten – hen te onderrichten en te helpen om te groeien in geloof. Hen op te voeden tot zelfstandigheid en volwassenheid in het leven als christen. Maar hun taak gaat verder, want ze rusten de heiligen ook toe voor het werk in Gods dienst, want het lichaam van Christus wordt niet gebouwd door mensen met een specifieke vaardigheid, maar “door de dienst van alle leden” (Efeziërs 4:16). De voorgangers zorgen er dus voor, dat anderen hun taak overnemen (vgl. 2 Timoteüs 2:2 )
  • Het doel is: kennis van de Zoon van God
    “… totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus” (Efeziërs 4:13)
    Het doel waaraan de Geest door middel van alle leden van de gemeente werkt, is tweeledig. Door het werk van Gods Geest leren we Jezus steeds beter kennen, wordt Christus steeds belangrijker voor ons. Tegelijk bindt de Geest ons samen in een hechte eenheid, omdat we alleen “samen met alle heiligen de lengte breedte, de hoogte en diepte leren kennen van de liefde van Christus en zullen volstromen met Gods volkomenheid (Efeziërs. 3:19).

In een volgend artikel zullen we ingaan op de wijze waarop de Heilige Geest door ons heen wil werken, wat in het algemeen wordt aangeduid als de “gaven van de Geest”.