Bijzondere uitingen van de Geest

In een vorig artikel zagen we, dat de Heilige Geest elke gelovige wil inschakelen om de gemeente, het lichaam van Christus, te laten groeien. De manier waarop Hij dat doet wordt in onze bijbelvertalingen aangeduid als genadegaven of geestesgaven. Waarschijnlijk is het meer correct om te spreken over uitingen van de genade cq Geest, zoals in 1 Korintiërs 12:1.

In dit artikel staan we stil bij de uitingen van de Geest, waarover Paulus uitvoerig schrijft in de eerste brief aan de Korintiërs. Ter herinnering: de brieven aan de gemeente in Korinte zijn geschreven aan een gemeente die mede door de prediking van Paulus ontstaan is. Maar veel later is er veel mis gegaan, waardoor Paulus enkele brieven ter correctie moet sturen. Hij gebruikt nogal ferme taal om hen terecht te wijzen.

Uitingen van de Geest

In de gemeente van Korinte was veel aandacht voor de uitingen van de Geest, in sommige vertalingen ook weergegeven als ‘gaven van de Geest’. Wat overigens niet wil zeggen, dat het allemaal zulke geestelijke mensen waren, want er waren ook nogal wat misstanden. Daarom vindt Paulus het nodig hen ter correctie op het punt van de uitingen van de Geest wat nader onderricht te geven. Hij schrijft in 1 Korintiërs 12:

7Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen. 8Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; 9aan de een geloof door dezelfde Geest en aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest; 10aan de een werking van krachten, aan de ander ​profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen.

Anders dan in het overzichtje in Romeinen 12 zijn het  hier zeker niet allemaal menselijke vaardigheden die door de Geest geheiligd worden. Het gaat over uitzonderlijke krachten, waardoor de Heilige Geest zich manifesteert.

Wonderen, tekenen en krachten

In het Nieuwe Testament wordt een aantal keren gewag gemaakt van het feit, dat God werkt door wonderen, tekenen en krachten. Het feit, dat deze verschijnselen “tekenen” worden genoemd, duidt erop, dat dit niet de normale manier van werken voor God is, maar dat Hij er iets speciaals mee wil zeggen.

In Handelingen 2:22 vertelt Petrus, dat de wonderen die Jezus deed tot doel hadden om aan te tonen, dat Hij door God was gezonden als de Messias, de Verlosser en Koning van Israël.

in 2 Korintiërs 12:12 wordt duidelijk gemaakt, dat wonderen die de apostelen deden, gezag verleenden aan hun woorden. Door de tekenen werd duidelijk, dat zij niet alleen maar een mooi verhaal vertelden, maar dat hun boodschap van God afkomstig was. Dat was zeker nodig als het evangelie aan Joden verkondigd werd – en Paulus zocht in elke stad die hij bezocht eerst de Joden op. Immers, zij kenden de woorden van God, maar de boodschap die zij van de apostelen hoorden, week op sommig punten nogal af van de (oudtestamentische) boodschap die zij kenden. Daarom bevestigde God door tekenen en wonderen en velerlei krachten de woorden van de apostelen.

Tot slot maakt Hebreeën 6:5 duidelijk, dat de wonderen verwijzen naar het einddoel dat God met de hele schepping voor ogen staat. Het zijn de krachten van de toekomende eeuw, het koninkrijk van God met de Messias als Koning, waar de Joden naar uitkeken en dat door Jezus verkondigd werd. Voor de Joden moest zo duidelijk zijn, dat dit evangelie, dat voorheen niet op deze manier bekend was gemaakt, toch de weg was naar Gods nieuwe wereld.

Het heeft er in elk geval de schijn van, dat de tekenen vooral van belang waren voor de (ongelovige) Joden. Zij verlangden tekenen, omdat Mozes de verlossing van het volk aankondigde onder begeleiding van wonderen (de plagen van Egypte, de staf van Aäron, het manna, de doortocht door de zee). En ook de komst van de Messias zou gepaard gaan met wonderen: lammen zouden lopen, blinden zouden ziende worden, etc.

Paulus beantwoordt het Joodse verlangen naar tekenen en de Griekse voorkeur voor meeslepende wijsheid met de eenvoudige verkondiging van de gekruisigde Christus (1 Korintiërs 1:21-24).

Werkt de Geest door iedereen op dezelfde manier?

De tekst die in het begin van dit artikel werd aangehaald, suggereert al, dat de Heilige Geest in de ene persoon zo werkt, in een andere persoon op ee andere manier. Dat wordt aan het het eind van het hoofdstuk nog eens benadrukt: de Geest werkt niet in alle personen op dezelfde manier. Het is dus niet juist om te veronderstellen, dat één bepaalde “gave” het bewijs is, dat iemand de Geest van God ontvangen heeft of in de Geest is gedoopt.

Blijkbaar had in Korinte het idee post gevat, dat iemand die de Geest ontvangen had, net als de apostelen over bijzondere krachten bezat. Dat kijkt een beetje op de reactie van Simon de tovenaar in Samaria, die zo onder de indruk was van de krachten van Petrus en Johannes, dat hij hetzelfde wilde kunnen doen (Handelingen 8:13-21) en er zelfs voor wilde betalen. Paulus roept later op tot bedachtzaamheid, om niet te zinnen op hoge dingen, maar om te  ontdekken, wat God in ons persoonlijk wil doen.

Het doel van het werk van de Geest

Nu we nadenken over de uitingen van de Geest, is het ook goed om ons te realiseren, met welk doel de Geest werkt in ons als gelovigen. Het is al een keer eerder genoemd, maar het is goed het hier nog een keer te noemen. De Geest is gegeven om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, zodat ze een bijdrage leveren aan de (geestelijke) groei van de gemeente. Als we ernaar verlangen, dat we de Geest aan het werk zien, zullen we “ernaar streven uit te blinken in de opbouw van de gemeente” (1 Korintiërs 14:12).

In hetzelfde veerband geeft Paulus  de gemeente het advies om vooral die uitingen (gaven) van de Geest in de samenkomsten aan bod te laten komen, die het meest bijdragen aan de opbouw van de gemeente:

1Jaagt de liefde​ na en streeft naar de gaven van de Geest, doch vooral naar het profeteren. 2Want wie in een tong spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God, want niemand verstaat het; door de Geest spreekt hij geheimenissen. 3Maar wie profeteert, spreekt voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend (1 Korintiërs 14:1-3).

Paulus had vernomen, dat de samenkomsten van de gemeente in Korinte meer kwaad dan goed deden. Naast de eerder genoemde problemen, lijkt hoofdstuk 14 erop te wijzen, dat er in Korinte ook nogal wat te doen was om het spreken in talen, dat door Paulus als voorbeeld vergeleken wordt met het profeteren. En, zonder iets af te doen aan de waarde van het spreken in (onbekende) talen, moedigt hij in elk geval het gebruik in de gemeentelijke samenkomsten niet aan. Want terwijl de gaven gegeven zijn tot opbouw van de gemeente, wordt bij het spreken in talen hooguit de spreker opgebouwd. (over het spreken in talen zal nog een apart artikel verschijnen)

De insteek van Paulus is duidelijk: de bijzondere gaven of uitingen van de Geest die we zouden kunnen samenvatten als wonderen of krachten zijn met een speciaal doel gegeven. Door nauwkeurig de apostolische brieven te bestuderen, kunnen we dat doel leren kennen. Dan zullen we de situaties herkennen waarin verwacht kan worden dat Geest op die manier zal werken. Anders zullen we ons mogelijk blindstaren op imitaties van dergelijke uitingen of erger.

Paulus vraagt niet zozeer aandacht voor de bijzondere gaven (of liever: uitingen ) van de Geest, maar veel meer voor de bedoeling van God met ons als individuele gelovigen en als gemeente van Jezus Christus. God wil zijn gemeente opbouwen in het geloof en laten groeien in het kennen van Jezus. De Heilige Geest wil elke gelovige gebruiken om die groei van de gemeente te bevorderen. Hij maakt gebruik van je talenten, die in zijn handen tot uitingen van genade en van Gods Geest worden.

Vraag je je af, hoe de Heilige Geest jou kan gebruiken? Bedenk dan, dat mannen als Mozes, Jeremia en Timoteüs het meest last hadden van het gevoel dat ze niet bruikbaar of te jong waren. Voor God was dat allemaal niet zo belangrijk is. God kijkt naar je hart: wil jij hetzelfde als God? Houd je van mensen, zoals God van mensen houdt? Je gezindheid is belangrijker dan je bekwaamheid, dan wat jij wel of niet denkt te kunnen.

  • Realiseer je, dat jij een uniek talent (of meerdere) van God gekregen hebt, bedoeld als gave aan de gemeente.
  • Stel je ten dienste van God. Ga  uit van wat je kunt en prettig vindt; kijk om je heen wat de ander / de gemeente nodig heeft en vraag je af  of jij daarin zou willen voorzien. Gaandeweg ontdek je misschien wel, dat je geleid en gebruikt wordt.
  • Stel jezelf maar een paar vragen. Niet: wat heb ik de ander te bieden? Veel meer: wat heeft de ander nodig? En: wilt U mij daarvoor gebruiken, Heer?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.